Autotest: Saab 9-3 SportWagon 1.9 TTiD

Ja, we weten dat Saab vliegtuigen bouwt. Maar ze maken ook hele mooie auto’s, en de nieuwe 9-3 is echt een hoogvlieger.
 
Genoeg over die vliegtuigen. We weten langzamerhand wel dat Saab ook vliegtuigen bouwt, en wel omdat Saab dat zelf voortdurend meldt. Het valt nog mee dat de nieuwe 9-3 geen plattegrond heeft met daarop aangegeven waar de nooduitgangen en het overgeefzakje zich bevinden. Het is al zestig jaar zo bij Saab. Volvo maakte kogellagers, maar dat krijgen we toch ook niet tot vervelens toe te horen?
 
Zeg dus alsjeblieft niet dat de nieuwe achterzijde van de 9-3 is ‘geïnspireerd op de vormgeving van vliegtuigen’. De clamshell-motorkap en de strakkere lijnen hebben hem wat agressiever gemaakt, maar wat meer dan ‘gewoon maar weer een nieuwe 3-serie’ had wel gemogen. Gelukkig hebben de ontwerpers ervan afgezien om er de verchroomde buitenspiegels à la de 9-5 op te zetten en kozen ze voor een wenkbrauwlicht boven de koplampen. De achterkant heeft ook een restyling ondergaan, met de melkwitte ‘frosted’ achterlichten die de SportWagon-belijning accentueren. Die vormgeving gaat ten koste van de kofferruimte – de achterbak van de 9-3 is een stuk minder groot dan die van de 3-serie Touring. Maar de oplossing ligt voor de hand: koop een kleinere hond. De 9-3 ziet er goed uit en lijkt niet op, eh, een vliegtuig.
 
Saab is in meer dingen goed, zoals turbo’s maken. Een twin-turbo zelfs, in dit geval. De 9-3 is de eerste personenauto met een twin-stage turbodieselmotor, en de 1,9-liter TTiD is een juweel. Een kleinere turbine zorgt tot 1.500 tpm voor de extra aandrijfkracht, waarna de grotere turbine haar opwachting maakt en tot 3.000 tpm met de kleine samenwerkt, waarna ze daarboven alles alleen opknapt. Wat inhoudt dat 90 procent van het koppel van 320 Nm al vanaf 1.750 tpm beschikbaar is, waardoor de 9-3 al bij een laag toerental flink fel is. Hij is dan wel niet zo stil als de BMW 320d, maar wel stil genoeg, en bovendien indrukwekkend zuinig. Het lukte met gemak om 1 op 21 te rijden zonder de zesde versnelling te gebruiken.
 
Een paar zaken van de 9-3 zijn minder indrukwekkend. De kwaliteit van de versnellingsbak en het cockpitinterieur (Saab-terminologie, uiteraard) is flink verbeterd, maar toch nog een aardig stukje verwijderd van zijn Duitse concurrenten. Op de onberispelijke Zweedse wegen rijdt het allemaal wat gladjes, maar die soepelheid maakt deel uit van het karakter van de 9-3. Het stuur en de remmen zijn eerder soepel dan messcherp, en dat werkt bijna hypnotiserend – vooral op de snelweg.
 
Saab zou graag zien dat je deze serie van de 9-3 als een nieuwe 9-3 beschouwt en meldt daarom dat hij maar liefst op meer dan 2.100 punten is veranderd. Daar onderstreep je inderdaad mee dat er wel héél veel is veranderd zodat je dan ook wel zou kunnen spreken van een nieuw model. Aan de andere kant: als jij toevallig een vorig model hebt, dan is die dus op maar liefst 2.100 punten minder goed, of zelfs slechter! Dat is lekker. We zouden ook graag kennismaken met de man of vrouw die al die verschillen heeft geteld, misschien moeten we bij Saab een lijstje opvragen van die 2.100 punten want wij kunnen er op het oog slechts twee ontdekken: de carrosserie is strakker gemodelleerd – en op zeer geslaagde wijze, dat moet gezegd – en we hadden het gewijzigde interieur al genoemd. Proberen de andere 2.098 wijzigingen te ontdekken lijkt wat flauw, maar zeg gewoon dat je een flinke facelift hebt doorgevoerd en we zeuren nergens over.
 
Een positieve ontwikkeling is dat Saab begin volgend jaar ook met vierwielaangedreven modellen komt. Cross wheel drive noemt Saab dat, kortweg XWD. Eindelijk, kun je wel zeggen. Saab levert altijd auto’s met een meer dan prima vermogen, maar de overbrenging daarvan op de voorwielen leek een soort stiefkindje. Dat is vreemd als je bedenkt dat je met vierwielaandrijving in Zweden, door de weersomstandigheden daar, veel beter af bent. Veel veiliger ook trouwens. Rijkelijk laat van Saab, maar beter laat dan nooit.
 
We reden bij wijze van proef in de eerste XWD-versies en die bieden, hoe logisch, veel meer grip voor de snelste modellen van Saab. De V6 benzine-uitvoering met 250 pk zal daar zeker baat bij hebben. Omdat alle benzine-Saab’s voortaan ook biobrandstof lusten – goed voor milieu en voor het vermogen dat met 10 tot 20% toeneemt – is meer grip ook wel gewenst. De voorwielen van de TTiD kunnen het vermogen van 180 pk al niet op behoorlijke wijze kwijt, laat staan als je ‘bio’ kunt tanken en 280 pk tot je beschikking hebt.
 
Saab overweegt trouwens om in Zweden alleen nog maar diesel- of biopower-modellen op de markt te brengen, ze worden in ieder geval in Nederland leverbaar. De 9-5 is hier al als biopower-versie verkrijgbaar alleen zijn er nog maar zes tankstations in heel Nederland. Binnenkort wellicht acht: nog altijd te weinig. De Nederlandse overheid is nog niet overstag met kortingen – je kunt namelijk ook gewone benzine tanken voor dat type motoren en dan zou je een BPM-korting kunnen misbruiken.
 
Met z’n opgefriste uiterlijk en zijn krachtbron op maat is de 9-3 een serieus alternatief voor de onvermijdelijke Duitsers in deze klasse. Fasten your seatbelts.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws