Autotest: Toyota Aygo Crazy

De ingenieurs van Toyota hebben een klap van de molen gehad. Ze zetten een motor op de achterbank van een Aygo. En daarmee rijdt hij duivels goed.
 
Ze zaten daar maar een beetje te verstoffen, die mannen van Toyota’s sportafdeling. De Celica is ter ziele, de MR2 ten grave gedragen en de Supra leeft alleen nog voort in onze herinnering. Als ze het duimendraaien zat waren, vouwden de mannen origamizwaantjes. Met een T-Sport logo erop, dat dan weer wel.
 
Tot een paar maanden geleden. Opeens was hij er, hun chef. Met een Aygo onder zijn arm kwam hij hun muffe hok binnen stormen en zei: ‘Hier, pak aan. Ga je gang en maak me gek.’
 
Van verbazing rolden de arme techneuten van hun stoel: ‘Wat, een Aygo? Heb je geen Auris voor ons?’ ‘Nee,’ was het bitse antwoord van de baas, ‘dan werkt het woordgrapje niet. Aygo Crazy, I go crazy. Zoals ik al zei: Maak me gek. Doe wat je wilt, geld speelt geen rol.’
 
De sleutelmannetjes werden nu ook enthousiast: ‘Daar kunnen we er duizenden van maken! Iedereen wil er één hebben!’ ‘Nee jongens, het wordt er niet meer dan één. Aan het werk.’
 
Gek werden ze. De Aygo kreeg carbonfiber aangemeten, rondom kwamen Brembo-remmen en een monstrueuze bodykit, voor en achter vergrootten ze de spoorbreedte. Zo, nu was er eindelijk ruimte voor de motor, de 1,8-liter VVT-i uit de laatste MR2, compleet met een nieuwe turbo. Omdat het allemaal nog veel te braaf klonk, deden ze de ultieme aanpassing: de motor kwam in plaats van de achterbank. Inderdaad, je kijkt hier naar de enige Aygo ter wereld met middenmotor en achterwielaandrijving. Met een vermogen van 200 pk klinkt dit als het beste recept om de Clio V6 te verslaan als de meest staartlastige auto ter wereld.
 
Om het allemaal nog gekker te maken, sloopten de technici ook het esp, de rembekrachtiging en de stuurbekrachtiging eruit. Volgens Toyota was de kart met een dak geboren, wij snappen nu waarom kamikaze een Japans woord is.
 
Maar de Aygo Crazy is verbazingwekkend goed beheersbaar. De frontspoiler zit zo dicht boven de grond, dat je de wegbelijning eraf kunt schrapen. Het gaspedaal en de koppeling zijn prima te doseren. Toegegeven, je zit in de penarie als je op een nat wegdek gaat stoeien, maar met een gewicht van net duizend kilo is hij verder prima in het gareel te houden. De besturing heeft daarin een groot aandeel. Zolang je rolt, blijf je je verbazen. Rond de middenstand voelt het stuur wat doods aan, maar als je instuurt voel je precies wat er gebeurt. Elk krasje op het asfalt voel je. Goed, het vergt wat bodypumping om dit wagentje in te parkeren, maar dat is het zeker waard.
 
Het leukste van de Aygo hebben we voor het laatst bewaard. Het geluid waarmee hij zijn overbodige lucht uit de turbo blaast is magnifiek. Nee, het is niet een klein fluitje, maar een fanfare die op volle kracht staat te toeteren. In een reflex trekt hij steeds weer je mondhoeken richting je oren. Dit is echt geweldig!
 
Eigenlijk geldt dat voor de hele auto. Nee, de Aygo Crazy is niet te koop, het is een one-off die z’n verdere leven, zolang dat nog duurt, waarschijnlijk in het museum zal slijten. Het is echter een bewijs dat ’s werelds grootste autoproducent niet vergeten is dat er een paar genieën op de sportafdeling zitten. De Aygo Crazy in zijn geheel is wat teveel van het goede, maar slechts een klein stukje van deze gekkigheid zou al welkom zijn in de huidige modellenlijn. Al was het maar om die constante stroom van origamizwaantjes te stoppen.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws
Magazines