Review: Ride 4

Het is nog moeilijker dan het lijkt.

Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot
Ride 4 Screenshot

Motoren? Dat zijn toch auto’s met twee wielen te weinig? Nee, even zonder gekheid. We moeten beginnen met een compliment naar de motorracegamer: wat jullie doen, is van wereldniveau. Een klasse apart. Waarom? Dat illustreren we graag even met een Ride 4 review.

Autoliefhebbers die willen simracen, kopen Playseats met stuurtjes. Maar heb je ooit een Playseat gezien voor liefhebbers van motorracegames als Ride? Precies. Het gros van de liefhebbers speelt dat soort games gewoon met een controller. En dat is, weten wij na het spelen van Ride 4, het nieuwste deel in de motorracegameserie, geen sinecure. We draaien er niet omheen: we waren er bar slecht in.

Als je de game voor het eerst opstart, kun je niet meteen aan de slag met je carrière of met vrij racen. Je moet eerst een test afleggen. Wij noemen het liever een realitycheck. Het idee is simpel: race een rondje binnen een bepaalde tijd, een beetje à la rijcursus in Gran Turismo. De grootste handicap: de foutmarge is nul. Een klein beetje wiel over de lijn betekent al dat je tijd niet meetelt. Frusterend.

Je hoeft niet zelf te remmen in Ride 4

Gelukkig biedt de game je handvatten om de besturing van je motorfiets iets toegankelijker te maken. Denk aan automatisch remmen, zodat je je volledig kunt focussen op de ideale lijn. En da’s al een kluif, omdat je vooral je coureur bestuurt, en niet je motor. Omdat bochten maken op motoren vooral draait om gewicht verplaatsen, moet je de bocht al vroeg inzetten, zodat je mannetje zijn kilo’s naar de gewenste kant van de motor kan verplaatsen. Da’s even wennen, als je autoracegames gewend bent.

Haal je de test in Ride 4, dan kun je los op je carrière die is onderverdeeld in vijf takken: de Europese competitie, de Aziatische en de Noord-Amerikaanse, en daarnaast de World League en Final League. Je start in de Europese en om mee te mogen doen, moet je licenties halen. Wederom komt hier de vergelijking met Gran Turismo om de hoek kijken. Neem hier de tijd voor, het is echt lastig. Sterker, het kost úren.

Fietsen is niet makkelijk

De moeilijkheidsgraad is vanaf de start hoog en je kunt ‘m zelfs nog verhogen, als je skills het toelaten. Daarmee is ook de drempel om de game op te pakken hoog. Ga je die toch over, dan beloont de game je met fantastische graphics. Het oog voor detail in Ride 4 is van ongekend niveau. Zowel van de 175 verschillende (!) motoren als van de circuits. En alles wat je niet mooi vindt, kun je aanpassen. Je kunt namelijk je motoren tunen, zowel optisch als qua prestaties, en ook je berijder kun je naar eigen smaak vormgeven.

De mate van detail sijpelt niet alleen door in mooie fietsen – sorry liefhebbers, motoren – en gelikte circuits. Ook het weermodel, de rijprestaties, het geluid en het effect van een pitstop benaderen de real deal. Zelfs bandenslijtage tijdens een race, een nieuwigheidje in dit deel binnen de serie, ‘voelt’ echt. En zoals het een goede simracer betaamt, kun je zelf je compound kiezen. Zonder dat je aan banden wordt gelegd.

Dan het oordeel. Het klinkt misschien een beetje plat, eh, kort door de bocht, maar als je een game zoekt die je relaxt een uurtje kunt spelen zonder oefening, dan is dit niet jouw game. Ride 4 vraagt om een diepte-investering die zich uitbetaalt in realistische motorraces waarbij je écht je stinkende best moet doen om het hoogste podium te mogen betreden. Als je niet van ‘aanmotoren’ houdt en door wilt pakken, dan mag je van ons flirten met deze game.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws