Het stereotype: je zet je kind af bij de basisschool, en daar op de stoep staan een Toyota C-HR en een VW T-Cross. Er staat weliswaar geen DS 3 Crossback, maar aan de overkant staan wel een Fiat 500X en een Jeep Renegade, en om de hoek staan twee Nissan Jukes. Om eerlijk te zijn is dit een bedacht voorbeeld, maar je begrijpt wat we bedoelen. Dit soort auto’s is de standaard geworden qua kleine gezinsauto voor in de stad. Ze bieden wat meer ruimte dan een supermini, en ze zijn wat kleiner dan een Ford Focus of VW Golf, wat ze makkelijk te parkeren maakt. Misschien gaan hun eigenaren er niet mee het terrein in, maar even een stoeprandje op kunnen wippen is ook handig. Daarbij is er het stijlargument: ze zien er tenminste niet uit als rijschoolauto’s.

‘Volkswagens lijken altijd het resultaat te zijn van een langdurige natuurlijke selectie’

Probleem is wel dat ten minste twee van de auto’s in deze test op het eerste gezicht meer vorm dan inhoud lijken te bieden. Kijk daarvoor naar de DS 3 en de C-HR. Ze zijn zo te zien matig bedacht: je kunt maar moeilijk naar buiten kijken, het zwaartepunt ligt hoog (en is dus de vijand van de rijeigenschappen en de aerodynamica) en ze hebben vreemd gevormde knoppen die zich op de raarste plaatsen op hun dashboards bevinden. We zijn zeker voorstanders van wat biodiversiteit in het automobiele bos, maar deze twee zullen hun beste beentje moeten voorzetten om te bewijzen dat ze geen evolutionaire doodlopers zijn.
Volkswagens, anderzijds, lijken altijd het resultaat te zijn van een langdurige natuurlijke selectie. Hun zwakheden zijn er door voorgaande generaties uitgefilterd. Bekijk je de T-Cross van dichtbij, dan zou je nooit denken dat hij de eerste is van een nieuw soort VW: hij ziet er heel rationeel en gebalanceerd uit. Z’n vierkante vorm herbergt een ruime cabine, en aan de styling kún je je gewoonweg niet ergeren. Dat betekent niet dat hij op een achternamiddag in elkaar is geknutseld; het staal is weloverwogen gevormd en onder meer de details in de verlichting zijn duidelijk met liefde bedacht. We kijken maar even niet naar de domme stickers op de flanken achter – een ongewenst cadeautje dat alleen op de zogeheten First Edition zit.
De DS 3 Crossback is brutaler om te zien. Zijn doel is om op te vallen zonder per se direct sportiviteit of machismo uit te stralen, want iedereen weet immers dat zulke eigenschappen een totale onmogelijkheid zijn voor een kleine crossover, en het zou ook niet passen bij de waarden die DS uit wil dragen. Her en der is het een verwarrend geheel, zoals het Franse luxe betaamt. Golvende sculpturen en kwistige versieringen, veel chroom, adaptieve led-lichten en gemotoriseerde deurgrepen.

De DS en de Volkswagen rijden op de meest recente kleine-autoplatforms van hun producenten. In het geval van de DS is dat zelfs heel recent. In deze test worden ze aangedreven door driecilinders: de VW heeft een 1,0-liter motor met 115 pk, de DS een 1.2 met 130 pk. Hou daarbij wel in gedachten dat de VW weliswaar goedkoper is, maar voorzien is van een handbak, en dat een DSG-automaat in combinatie met deze motor 1.800 euro extra kost. De DS en Toyota in deze test hebben wel een automaat, maar zijn sowieso al duurder.

De Toyota CH-R

De Toyota is de vreemde eend in de bijt. Hij is groter (maar liefst t24 centimeter langer dan de DS) en het is een hybride. Het merk levert ook een 1,2-liter turbo-versie met handbak, en toen we eerder met die aandrijfcombinatie reden, was dat heel prettig, maar Toyota is doorgaans zo vol van hybride dat het ons onbeleefd leek om deze uitvoering niet mee op pad te nemen. Dus beschikken we over de aandrijflijn van een Prius, die bestaat uit een atmosferische 1,8-liter motor met Atkinson-kleptiming voor meer zuinigheid, gekoppeld aan een paar elektromotoren. Dat maakt ’m de zuinigste auto van deze test. En het zorgt er ook voor dat hij, -hijgend en wel, bijna een seconde langzamer is in de spurt naar 100 km/u dan de VW, en twee seconden langzamer dan de DS. Als je rustig rijdt en niet doldriest accelereert, is het hybridesysteem van de C-HR prima. Het zoekt zijn weg door het verkeer op een vloeiende, soepele manier, en je merkt maar amper of hij wel of geen benzine aan het verbranden is. In de stad rijd je veelal alleen op elektriciteit, al geldt dat niet als je grotere afstanden aflegt. Dat vastgesteld hebbende, is hij verder vrij vreselijk om te gebruiken. De benzinemotor kreunt en vibreert, en de elastische schommeling van het aantal toeren dat hij maakt – volslagen losstaand van je snelheid – is verdrietigmakend. Bij bochten kun je niet op de motor afremmen, of je koppel bij het uitkomen met precisie toepassen. Op open wegen dalen en stijgen de toeren al naar gelang de tegenwind en de steilheid van de weg, dus als je bewust of onbewust het aantal toeren gelijkmatig houdt, schommelt je snelheid flink. Maar hoewel hybrides het zuinigst zijn als je ze in de stad gebruikt, is de C-HR ook op langere routes bepaald geen drinkebroer: 1 op 20 haalt hij altijd wel, en dat is toch wel behoorlijk goed voor een crossover.

De Crossback en T-Cross zijn geen crossauto’s

De kleine driecilinders in de T-Cross en de DS klinken allebei blijer, hoewel ze beter tot hun recht komen in de echte hatchbacks van hun makers. In het middengebied van de toeren wordt hun geluid gedempt door hun turbo’s, terwijl de DS zowel stiller als merkbaar sneller is dan de VW. Dat laatste betaalt zich vooral uit bij het inhalen op de snelweg. De bak van de T-Cross schakelt wat rauw, waar de automaat van de DS mooi schakelt, tenzij je gaat planken en hij twee of meer trappen terugstruikelt. Gelukkig heeft hij flippers aan het stuur, zodat je ’m kunt corrigeren. Vervelender is optrekken en afremmen in druk verkeer: hij komt nogal abrupt tot stilstand.

Het stuurgedrag van de drie

Geen van de drie auto’s is waardeloos op een bochtig weggetje, maar verwacht niet de wereld van ze als je houdt van een lekker stukje sturen. Je instrueert ze meer dan dat je ze rijdt. De T-Cross voelt nog het meest aan als een auto, want hij gaat waar je ’m heen stuurt en hij houdt z’n lijn, zelfs als er hobbels in de weg zitten. Ook is hij goed geveerd en gedempt, een beetje hard maar niet onplezierig, hoewel diepe kuilen en gaten niet aan ’m zijn besteed. De DS stuurt lichter – dat is even wennen – maar aangezien geen van deze auto’s een werkelijk gevoelige besturing heeft, maakt dat de facto niets uit. De DS is heel Frans in de vering (zacht), helt meer in bochten, maar absorbeert forse oneffenheden effectief, ook bij hogere snelheden. De DS en de VW zijn wat wiebelig op snelwegen en de banden maken wat herrie – dat vind je althans tot het moment dat je de dreunende Toyota rijdt. In de Toyota zit je hoger en zodoende voelt hij meer crossover-achtig aan – hij zwiert heen en weer als de wielen een hobbel raken, en hij is sowieso wat geagiteerder. Maar sturen en bochten nemen doet hij goed, lekker accuraat. Je zou denken dat hij wat zachter geveerd beter af was geweest, want dit onderstel kan wel wat enthou-siaster rijgedrag aan dan waartoe de hybride aandrijving je in staat stelt.

De Japanse coupé

De naam C-HR is, je weet het wellicht, de afkorting van de term ‘coupé-high rider’. Dat klinkt alsof er ergens een vertaler heeft zitten slapen, maar het beschrijft adequaat hoe de cabine van de Toyota in elkaar steekt. Je zit hoog, met veel staal en zwarte afwerking om je het zicht naar achteren eens flink te belemmeren. De mensen achterin hebben een behoorlijke beenruimte, maar aan hoofdruimte, zowel naar boven als zijwaarts, ontbreekt het hen. De zijruiten achterin stoppen voordat ze bij je hoofd zijn, wat voor weinig zicht naar buiten zorgt.

Klein maar fijn

Ook de DS voelt achterin klein aan, want het is er donker, en hij heeft een hoge raamsponning met ook nog eens die haaienvin erin. Aangezien auto’s in deze klasse doorgaans als kindvriendelijk worden beschouwd, frons je daardoor toch even je wenkbrauwen. Maar de hoofdoorzaak van dat hij klein aanvoelt, is dat hij klein is. De Fransoos is de kleinste auto, maar het gebrek aan beenruimte achterin is buitenproportioneel.
Scheve raampjes, kromme lijnen: ja, het is even wennen aan de Toyota en de DS

Een kijkje in de T-Cross

De VW is vanbuiten nauwelijks groter maar heeft vanbinnen veel meer ruimte, en biedt ook een veel beter zicht en dus meer licht. Volwassenen passen er makkelijk achterin, en als daar enkel kleine kinderen zitten, kan de bank naar voren worden geschoven zodat er – aanzienlijk – meer bagageruimte ontstaat. De T-Cross heeft ook een behoorlijk excellent infotainmentscherm, waarop ook je telefooninfo te zien is. De knoppen zijn logisch geplaatst, zowel die op het stuur als die voor het klimaat-systeem. De instrumenten, de echte en de optionele digitale set waarmee wij reden, zijn kristalhelder. Maar de schermen en knoppen zijn bevestigd in een interieur dat zo saai is als een pak meel, en de plastic panelen van het dashboard en op de portieren zijn allemaal hard en grijs. Zelfs de gestreepte en doorgestikte bekleding – ook alleen te vinden op de First Edition – doet deprimerend goedkoop aan. Stapte je uit een even dure Golf over in deze auto, dan zou je je beetgenomen voelen.

Hoe is dat in de Crossback?

De DS is het compleet tegenovergestelde. De cabine is goeddeels voorzien van mooie materialen, met veel metalen inlegjes en gestikte, zachte panelen. Hij ziet er ook echt prachtig uit, zoals een van die glanzende interieurs van conceptcars waarvan we altijd zeggen dat ze nooit het levenslicht zullen zien. Nou, dit is waarom: het blijkt allemaal behoorlijk lastig te gebruiken. De instrumenten zijn mooi gemaakt maar onleesbaar, de menu’s te ingewikkeld, en de diamantvormige aanraakknoppen leiden te veel af. Daarentegen werkt hij wel samen met je telefoon en is er een head-up display, zodat je je niet te veel ergert. De Toyota zet ook in op flamboyant interieurdesign, en dat werkt allemaal wat logischer en vanzelfsprekender dan in de DS. Maar het touch-screen is een vreselijke flop, met een langzaam werkend en lelijk scherm en beperkte telefoonfuncties.

And the winner is…

Uiteindelijk is de VW de afgetekende winnaar – al is ook die dus niet helemaal zonder minpunten. Geef je evenveel geld uit aan een Golf, dan heb je een veel mooiere auto, groter en verfijnder, die ook nog eens lolliger rijdt. Dus een keus voor een auto als deze ontbeert per definitie iedere logica. We hebben je verteld wat er goed en slecht aan is, maar als het dan toch per se zo’n klein SUV-ding moet zijn, weten we zeker dat je uiteindelijk gewoon de auto kiest die je er het leukst uit vindt zien.

Vonnis

01. VW T-Cross 1.0 TSI 115 pk Style Werkt goed, niet te duur, verstandig. Maar sinds wanneer is verstandig iets voor kleine crossovers?
02. DS 3 Crossback Performance Line+ Wil je emotie, ga er dan helemaal voor. Fijn om te rijden, een wild design, maar niet veel ruimte
03. TOYOTA C-HR 1.8 Hybrid Dynamic Doet leuk mee vanwege z’n hybride aandrijving. Alleen past dat niet bij de parmantige aard van de C-HR

Toyota C-HR 1.8 Hybrid Dynamic
Motor
1.797 cc
viercilinder turbo, elektromotor
123 pk @ 5.200 tpm
163 Nm @ 1.500 tpm
Aandrijving
voorwielen
traploze automaat
Prestaties
0-100 km/u in 11,0 s
top 170 km/u
Verbruik
3,8 l/100 km
87 g/km CO2
A label
Afmetingen
4.360 x 1.795 x 1.555 mm (l x b x h)
2.640 mm (wielbasis)
1.355 kg
43 l (benzine)
377 l (bagage)
Prijzen
NL € 32.795
B € 32.340 (C-Hic)

DS 3 Crossback 130 pk Performance Line+
Motor
1.199 cc
driecilinder turbo
130 pk @ 5.500 tpm
230 Nm @ 1.750 tpm
Aandrijving
voorwielen
8v automaat
Prestaties
0-100 km/u in 9,2 s
top 196 km/u
Verbruik (gemiddeld)
5,0 l/100 km
115 g/km CO2 (C label)
Afmetingen
4.118 x 1.791 x 1.534 mm
(l x b x h)
2.558 mm (wielbasis)
1.180 kg
44 l (benzine)
350 / 1.050 l (bagage)
Prijzen
€ 39.990 (NL)
€ 30.050 (B)

Volkswagen T-Cross 1.0 TSI 115 pk Style
Motor
999 cc
driecilinder turbo
115 pk @ 5.000 tpm
200 Nm @ 2.000 tpm
Aandrijving
voorwielen
6v handbak
Prestaties
0-100 km/u in 10,2 s
top 193 km/u
Verbruik (gemiddeld)
4,9 l/100 km
112 g/km CO2  (C label)
Afmetingen
4.108 x 1.760 x 1.584 mm
(l x b x h)
2.551 mm (wielbasis)
1.250 kg
40 l (benzine)
455 / 1.281 l (bagage)
Prijzen
€ 27.860 (NL)
€ 23.930 (B)

 

Reacties

  • Tjeu Claase heeft op 13 oktober 2019 geschreven:

    L
    Als je na 3 jaar rijden naar de kosten kijkt, staat Toyota ruimschoots bovenaan en dan vergeet je bij de Citroën nog ‘n rammeltje, ‘n piepje en ‘n kraakje zo links en rechts.

    • Johan De Bruycker heeft op 14 oktober 2019 geschreven:

      Vergeet die rammeltjes en piepjes maar in de huidige PSA producten. Op gebied van assemblage en afwerking met rasse schreden er op vooruit gegaan en kunnen mee met de beste leerlingen van de klas! Ik heb de Ds3 Crossback proefgereden en zeer onder de indruk van comfort en geluiddemping. Maar geen één van deze 3 wagens is een verkeerde keuze!

      Reageer
    Reageer

Geef een reactie

(verplicht)