Autotest: Aston Martin DBS Volante

Je kunt je afvragen wat de reden van bestaan van de DBS cabriolet is. Datzelfde kun je je ook afvragen over whisky en mooie vrouwen. Precies: niet nadenken, gewoon genieten.
 
Als er iets is dat de Aston Martin DBS Volante zijn bestaansrecht geeft, is het wel zijn monstrueuze maar o zo oorstrelende geluid. Het doet me naar Zeeuws-Vlaanderen verlangen. Niet omdat ik daar zo graag wil zijn, maar vanwege die enorm lange tunnel erheen. Kilometers lang zou ik de motor op toeren houden en het dak open. Je waant je midden op een podium van een theater waar zo juist het symfonisch orkest heeft ingezet voor het klapstuk van de avond. De lage tonen bij dito toerentallen rommelen als onweer door je buik, jaag je de machtige V12 richting de 7.000 tpm, dan huilt-ie als een hongerige wolf. Dé reden om Het Nieuwe Rijden in de wind te slaan, is de extra klep die bij 4.000 tpm opent in de uitlaat. Een kakofonie zonder weerga wordt ontketend.
 
Sommigen zeggen dat je hetzelfde effect hebt als je met een dichte DBS rijdt en de ramen openzet. Negeer deze barbaren. De Volante geeft het geluid zo’n extra dimensie dat 361.000 euro ineens een koopje lijkt. (Al mogen de Belgen onder ons nog eens 100.000 euro van dat bedrag aftrekken.) Een heleboel geld: een ton meer dan de DB9 Volante. Maar je koopt dan ook een heleboel auto.
 
Om te beginnen alleen al de buitenkant. Is het niet schitterend? Voor minder doe ik het niet. Wie het niet met me eens is, vindt waarschijnlijk ook dat de coupé met de ramen open net zo klinkt als de open versie. Zeggen ze dat een DBS lang niet zo mooi is als de DB9, dat hij te patserig is, een pooierbak? Doe ze in de ban. Kijk alleen maar naar zo’n detail als de ‘tunneltjes’ bovenop de achterklep. Eerlijk gezegd denk ik dat hij er beter uitziet dan de coupéversie. Het is een beetje als een vrouw die er in een skinny jeans al weergaloos uitziet en dan ineens in een minirok voor je neus staat.
 
Alleen het bekijks dat je trekt is al geld waard. Tijdens een weekendtripje had ik bij elke tankstop – geloof me, dat zijn er veel in een DBS – binnen de kortste keren een groep bewonderaars om de auto staan. Zou je in een open Ferrari of Lamborghini komen aan zetten, dan halen diezelfde groupies hun neus op voor je patserigheid. De Aston is bij iedereen geliefd. Hij is op en top Brits, een duidelijker verwijzing naar het verleden bestaat er niet.
 
De motor is dezelfde als in de gesloten DBS. Een volledig aluminium V12, die 510 pk uit zijn zes liters peurt. Ga je bescheiden met het gaspedaal om, dan spint-ie als een tevreden poes terwijl je heerlijk over de boulevard zoeft. Vraag je meer, dan is de beer los. Hij kan de 0-naar-100-sprint in 4,3 seconden klaren en daarmee gaat-ie gelijk op met de DBS coupé, daarna knalt-ie door naar een top van dik 300 km/u. De tussenacceleraties zijn zo immens snel dat je kwantumkorting kunt afdwingen bij het Ministerie van Justitie.
 
De Volante heeft dezelfde carrosseriestructuur als de coupé: een aluminium kooi, bekleed met koolstofvezel beplating. Het geraamte is zo sterk dat het niet nodig bleek om verstevigingen aan te brengen nadat het dak afgezaagd werd. Aston meldt met trots dat de carrosserie ‘maar’ 25 procent minder stijf is en bovendien slechts 115 kilo zwaarder. Pardon, 25 procent minder stijf? Is dat niet een enorm verlies, vooral in een auto met superprestaties? Zou Balkenende 25 procent minder stijf zijn, dan was Berlusconi een zielig muurbloempje.
 
Een heel belangrijke vraag: waarom doe je zoveel moeite om een superauto te bouwen met een carrosserie zo stijf als een betonplaat en prestaties waarbij elke concurrent verbleekt om vervolgens het dak eraf te zagen en zo al je werk te vernietigen?
 
Het antwoord is: nou én? Ga je met deze auto eindeloos driftend een circuit over? Nee, en voor alle andere omstandigheden is de DBS Volante voldoende stijf. Oké, hij tordeert iets meer, maar je moet echt tot het gevaarlijke uiterste gaan om dat te voelen. Ik ken geen andere open auto met de motor voorin die zo gericht is op rijprestaties. De DBS Volante is ontiegelijk snel, heeft massa’s grip en is maar een klein beetje beangstigend. De koppeling en besturing zijn perfect uitgebalanceerd en geven op tijd aan wanneer de grens bereikt is. Met de adaptieve dempers in de normale stand is de vering hard op een prettige manier. Ik kan me niet voorstellen dat je op de openbare weg de sportstand nodig hebt.
 
Natuurlijk gooi je bij de eerste de beste gelegenheid het dak open. Zorg er dan wel voor dat het windscherm achter je rug gemonteerd is. Op de snelweg dendert de rijwind anders in alle hevigheid op je lichaam. Tik je de top aan, dan wordt je hoofd door de hoofdsteun geperst als een stuk rund door een gehaktmolen. Je kunt tegensputteren dat het windscherm de achterstoelen onbruikbaar maakt. Zoals je misschien al gezien hebt: anders dan in de tweezits coupé staan er twee ukkepukkige stoeltjes achterin. Met het windscherm kun je achterin nog net zoveel kwijt als zonder: twee doosjes Wilhelmina-pepermunt en je tandenborstel.
 
Staat het weer open rijden niet toe, dan zit het dak in veertien seconden dicht – drie seconden sneller dan bij de DB9. Met dank aan een extra tussenlaag van Thinsulate (hetzelfde spul dat outdoor freaks in hun kleding hebben als ze de Himalaya beklimmen) is het interieur stil en rustig. Maar wie koopt daarvoor een DBS Volante?
 
Gooi die kap gewoon open en laat de wereld de protserige glimmers zien. Kies voor knalrood leer en je weet met al die fraai gestikte zachte koeienhuid en dure versieringen om je heen dat je je op één van de mooiste plekjes op aarde bevindt. Al glimt de boel wel eens een beetje te veel. Het informatiescherm op de middenconsole is niet leesbaar als de kap naar beneden is en de tweeters van de overigens heerlijk klinkende Bang & Olufsen-installatie weerspiegelen de lantaarnpalen met een stroboscoopeffect als gevolg. Het zijn maar kleine puntjes, maar bij auto’s die ruim drieënhalve ton kosten, wordt dit soort minnetjes ernstig versterkt.
 
Hadden we de knop van de versnellingspook al genoemd? Wat een knoepert. Hij lijkt zo uit een oude Escort te komen. Hij is zo groot en idioot gepositioneerd dat snel schakelen een hele opgave is en je lichaam over bepaalde verhoudingen moet beschikken die een gezond mens niet bezit. Ook het gaspedaal zou wat preciezer mogen reageren.
 
Deze tekortkomingen zijn in de Volante minder storend dan in de coupé. Want hoe geweldig de dichte DBS ook is, hij is nooit de supersportauto geworden die de Ferrari 599 wel is. Een DBS is meer een opgepepte GT, een sportieve uitvoering van de DB9. Voor de open variant geldt dat des te meer. De DBS Volante is meer dan een auto. Je betreedt een wereld die bol staat van schoonheid en schitterend geluid. Toegang is er alleen voor wie geld zat heeft, en voor wie zich realiseert dat dit de allerbeste Aston Martin is.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken