Mini Cooper SE

De elektrische revolutie zet stevig door: er is nu zelfs een Mini Cooper SE, op batterijen. Een goede zaak? Om dat uit te zoeken, gaan we naar Miami

Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini
Foto('s): Mini

Af en toe staan we te kijken van de locaties waar autofabrikanten hun nieuwste modellen aan de pers voorstellen. Zo reden we een keer een grote, comfortabele Franse sedan over de krapste kronkelwegen van Mallorca. Voor elke tegenliggende Seat Mii moesten we vol de berm in duiken. En de keren dat de navigatie van, laten we zeggen, sportief geveerde auto’s ons door pokdalige dorpjes met kuilen, klinkers en kinderkopjes leidde, kunnen we ook niet op twee handen tellen. Wij vinden het allemaal prachtig hoor, ons hoor je niet klagen. Maar je zou toch zeggen dat iedereen – de fabrikant, wij en jullie – erbij gebaat is als de eerste indrukken van een auto in zijn meest natuurlijke habitat worden opgedaan.

We moesten dan ook even drie keer knipperen toen Mini ons uitnodigde voor de introductie van hun eerste op grote schaal beschikbare elektrische productieauto. We zouden met de Mini Cooper SE gaan rijden in Miami, Florida. Een waanzinnige stad, daar niet van, maar wel typisch Amerikaans. Als je het vanboven bekijkt, is het net een dubbelstaafmat-hekwerk. Echt zo’n plek waar je wel érg goed moet zoeken om een paar leuke wegen te ontwaren. En dat is dus waar Mini, maker van notoire bochtenriddertjes en zelfbenoemd voorvechter van de go-kart feeling, zijn nieuwe auto presenteert. Een beetje gek, op z’n minst. Of toch niet?

Niet de eerste elektrische Mini

Mini’s eerste stap op elektrogebied vond al plaats in 2009, toen ze de Mini E introduceerden. Dit was een volledig elektrische driedeurs Mini met 204 pk en een actieradius van 250 kilometer (volgens de oude meetmethode; 160 kilometer was realistischer). Het was een proef met een paar honderd auto’s die op verschillende plaatsen ter wereld werden ingezet en na afloop teruggingen naar Mini. De E had maar twee zitplaatsen en nauwelijks bagageruimte, omdat de accu’s nogal wat plek opeisten.

Nu is hier de nieuwe elektrische Mini Cooper SE, in sommige markten Mini Electric genoemd. Ook dit is een volledige elektrische driedeurs. Maar deze keer is hij 184 pk sterk en komt hij op papier 235 tot 270 kilometer ver (volgens NEDC 2.0). Dat is nog steeds geen waarde waarmee je met een goed gevoel hele continenten gaat doorkruisen. De Cooper SE is dan ook vooral bedoeld als stadsauto. Of, in marketingpraat, als urban mobility. En wat is Miami? Juist, een stad. Cirkeltje rond.

Is de Mini Cooper SE een echte Mini?

We gaan op pad met een missie: we willen weten of de Mini Cooper SE zich ook gedraagt als een Mini. En dat betekent dat we bochten moeten vinden. De door de organisatie geplande rit leidt ons vanuit de kleurrijke kunstwijk Wynwood naar Miami Beach. Dan naar het noorden, over de A1A langs de kust naar Fort Lauderdale. Vanaf daar gaan we over de snelweg terug naar Miami. De route lijkt op de kaart met een liniaal te zijn getrokken. Geeft niks, moet je net ons hebben. Wij gaan op zoek en zullen vinden.

De nieuwe elektrische Mini heeft gelukkig wel een achterbank. Sterker nog: er gaat volgens het merk helemaal geen ruimte voor de inzittenden verloren. De accu’s zitten in een T-vorm verwerkt in de bodem; de carrosserie ligt 18 millimeter hoger om ruimte voor ze te maken. Verder onderscheidt de Mini Cooper SE zich door de gele accenten (die je ook weg kunt laten) en de malle vierspaaks wielen die ergens doen denken aan een Brits stopcontact (hoef je niet per se te bestellen). Zo legt Mini de keuze bij de klant: wil je opvallen met je elektrische auto, ga gerust je gang. Maar wil je onder de radar zoemen in je Mini Cooper SE, dan kan dat ook. In alle gevallen blijft het ‘gewoon een Mini’ – herkenbaar en vertrouwd.

Slim, denken wij, want niet iedereen die overstapt op elektrisch zit te wachten op een compleet nieuw soort auto met rare vormen en kleuren. De ommezwaai in aandrijving is in veel gevallen al spannend genoeg. Door de Cooper SE uit te rusten als een normale Cooper S (inclusief ‘luchtinlaat’ in de motorkap; hilarisch, eigenlijk) verzacht Mini de impact.

Is ie ook vergelijkbaar met een Cooper S?

Die ‘S’ is in ieder geval niet misplaatst, want dit is een aardig vlot geval. Van 0 naar 100 gaat ie bijvoorbeeld in 7,3 seconden, maar Mini haast zich te zeggen dat het 0-naar-60-gedeelte van die sprint slechts 3,9 seconden duurt. Hij is niets eens zo heel veel zwaarder dan een Cooper S met automaat – het scheelt 145 kilo. En de gewichtsverdeling is beter omdat de elektromotor minder op de neus drukt. Vanwege de accu’s ligt, zoals gebruikelijk bij een EV, het zwaartepunt een stukje lager (zij het niet extreem veel: zo’n 30 millimeter, volgens Mini). Dat zou goed nieuws moeten zijn in bochten.

Oh ja, bochten. Vooralsnog hebben we er nog geen gevonden, maar kijken we rustig om ons heen terwijl we naar een stoplicht toe kruipen. In het interieur van de Mini Cooper SE is alles zo’n beetje bij het oude gebleven, behalve het guitige tellercluster achter het stuur. Dat is nu een afgerond scherm met de nodige elektro-info. Het geeft je acculading in grote blokjes aan. Dat had van ons wel accurater gemogen, hoewel je je ladingspercentage desgewenst klein onder in het scherm kunt zien.

Tussen de tuimelschakelaartjes onder de aircobediening zit er nu ook eentje die de mate van recuperatie instelt bij ‘gas’ los – kies uit normaal doorrollen of vrij stevig afremmen en energie terugwinnen – en de versnellingspook is een stukje eenvoudiger. Dat was het wel. De eerste meters met de Cooper SE zijn voor Mini-rijders dan ook vooral een feest van herkenning: alles zit waar je het verwacht en niets overrompelt je.

Tot je het rechterpedaal eens goed indrukt. Stoplichtwedstrijdjes winnen we in de Mini Cooper SE met speels gemak en bij korte, explosieve tussensprintjes is hij de koning. De aandrijflijn komt uit de BMW i3s, die we ook al als prettig vlot ervoeren. De Mini draagt echter geen dunne eco-bandjes en voelt daardoor wat meer trefzeker en solide aan. Met een tuimelschakelaartje kun je de rij-modus instellen. Mid is de standaardsetting, Sport laat de boel rood oplichten en Green en Green+ sussen je geweten nog verder. Die laatste lijkt overigens echt een oh-help-ik-ga-het-niet-halen-op-mijn-lading-modus te zijn: de airco valt uit en de aandrijflijn schakelt over op zelfredzaamheid.

De actieradius van de Mini Cooper SE

Over lading gesproken: bij vertrek met volle accu vertelt de Mini ons dat we een actieradius van 180 kilometer hebben. Dat is minder dan afgesproken, weliswaar alsnog voldoende voor stadsgebruik, maar niet om EV-critici te overtuigen, vrezen we. Op z’n minst blijkt de schatting wel netjes evenredig met de gereden afstand af te lopen, in stop & go-stadsverkeer althans. We rijden het meest in de Mid-stand, die prima is, maar af en toe is de scherpere respons en zwaardere besturing van Sport wel prettig (het onderstel blijft in alle modi hetzelfde). De krachtopbouw vanuit stilstand is goedmoedig: de Mini geeft niet meteen al z’n koppel vrij, om wielspin te voorkomen. Die beperking had wat ons betreft in de Sport-stand versoepeld mogen worden. Het zou toch aardig zijn als je af en toe een beetje de hooligan kon uithangen.

Kruipneiging heeft de Mini Cooper SE niet, dus laat je ’m uitrollen op recuperatie, dan kom je ook echt tot stilstand. In de stad is dit fijn rijden, want je gaat er beter van vooruitkijken en -denken. Het centrale scherm geeft je ondertussen enkele eco-tips en een hoeveelheid sterren voor je mate van acceleratie en anticipatie. Geinig om er een spel-element in te brengen, maar de suggestie om in de hete Floridiaanse zon onze airco uit te zetten om pakweg tien extra kilometers te kunnen halen, slaan we toch maar even in de wind.

Waarom de actieradius zo klein is

Mini koos ervoor om hun EV nu eens niet met een zo groot mogelijke accu uit te rusten. Het relatief bescheiden pakket van 32,6 kWh heeft enkele voordelen – een laag gewicht, een compact formaat, niet extreem duur – en één nadeel: een beperkte actieradius. Natuurlijk is dat 99 procent van de tijd geen probleem, omdat je bijna nooit zo ver zult hoeven rijden. Maar ja, die ene keer hè…

Toch heeft een compacte accu nog een voordeel: hij is relatief vlot bij te laden. Met een 50-kW snellader gaat de batterij van de Cooper SE van 0 naar 80 procent lading in 35 minuten. Ook stelt het Mini in staat om de auto standaard compleet uit te rusten – met onder andere led-koplampen, gescheiden airco en navigatie – en de basisprijs in Nederland toch op 34.900 euro te houden.

Goedkoper dan een benzine-aangedreven Cooper S en bovendien in lijn met de (veel) minder krachtige Opel Corsa-e en Honda e. Onze gok: daar zullen best wat mensen voor te porren zijn.

Kort maar krachtig

Net als we de hoop op een fatsoenlijke bocht beginnen te verliezen, komt daar de verlosser: een kruisende snelweg, met bijbehorend klaverblad. Leeg ook nog, overzichtelijk en lichtjes bergop. We gaan er eens goed voor zitten. Snelheid opbouwen, krachtig remmen, gedecideerd insturen. Rond de middenstand is de besturing wat vaag, maar het gewicht in de Sport-stand is precies goed. De carrosserie blijft stug vlak liggen terwijl de neus van de Mini zich omhoog richt als we de krullende helling beklimmen. Even wat meer power, een beetje doorduwen. De voorbanden beginnen wat te zwemmen op het hete gegroefde beton, maar de Mini Cooper SE blijft controleerbaar. Halverwege denken we ’m uit te dagen door even te liften en de remwerking te gebruiken om z’n achterste om te laten komen. Daar komt niks van in: de software is ons voor en houdt ons strak in het spoor.

Met stille, stevige snelheid komen we de oprit af en vliegen we de snelweg op. Kort maar krachtig – dat was toch echt een typisch Mini-momentje. Het onderstreept nogmaals wat het uitgangspunt met de Mini Cooper SE is geweest: het logo zit erop, hij ziet er zo uit, dus dan moet ie verdorie ook ríjden als een Mini. Met die liefhebbersinsteek zijn tot nu toe nog maar weinig EV’s gemaakt; met uitzondering van de Porsche Taycan, en laten we zeggen dat die niet echt in hetzelfde segment opereert.

We hadden geen geringe verwachtingen van de Mini Cooper SE, de eerste grootschalige EV-poging van het merk. Hij moest in onze optiek vooral tot in z’n wortels vermakelijk zijn, en weet je wat: dat is ie. Nu is het voor het merk te hopen dat de relatief geringe actieradius niet te veel EV-aspiranten afschrikt. Aan de andere kant: als je één land als uit de kluiten gewassen stad kunt betitelen, is het Nederland wel. En – joepie – we hebben hier nog aardig wat op- en afritten ook.

14
20
Specificaties

Specificaties elektrische Mini Cooper SE (2020)

Motor
1 elektromotor
184 pk
270 Nm
32,6 kWh (accu)
Aandrijving
voorwielen
traploos
Prestaties
0-100 km/u in 7,3 s
top 150 km/u
Verbruik (gemiddeld)
16,8 tot 14,8 kWh/100 km (A-label)
Actieradius (opgave)
235 tot 270 km (NEDC 2.0)
Laadtijd
4:10 uur bij 7,4 kW
0:35 uur bij 50 kW (80%)
Afmetingen
3.850 x 1.750 x 1.450 mm (l x b x h)
2.495 mm (wielbasis)
1.365 kg
211 / 731 l (bagage)
Prijzen
€ 34.900 (NL)
€ 33.100 (B)

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws