Dit zijn de auto’s van Matt LeBlanc

Matt schrijft zijn autobiografie. Dat wil zeggen: zijn auto-­biografie. Dat is, gelukkig maar, nét iets anders

Ik heb leren rijden in mijn vaders pick-up – een Datsun uit 1974 met een handbak. Hij was monteur, dus ik heb aan auto’s gesleuteld met mijn eigen gereedschapskist sinds ik een jaar of negen was – die kist was even groot als ikzelf. Hij heeft me leren rijden toen ik twaalf of dertien was, niet op de openbare weg, maar op parkeerplaatsen en afgelegen veldjes.

Ik deed mijn rijexamen in de AMC Javelin van mijn stiefvader. Die was beige met een bruin vinyl dak. Het was echt een ding van niks: roestig, met een gedeukt portier aan de passagierskant en er zat een blok hout op het gaspedaal gebonden omdat mijn moeder er anders niet bij kon. Oh, en de bodem aan de kant van de bestuurder was zo verrot dat je de weg onder de auto kon zien. Letterlijk.

Wat was jouw eerste eigen aut0?

Mijn eerste auto was een Nissan pick-up uit 1984, vierwielaandrijving, standaard cabine, standaard bak, handgeschakeld. Ik heb ‘m een jaar lang gereden, waarna ik ‘m verkocht en een Chevy Blazer uit 1978 kocht die 15 centimeter was verhoogd en 36-inch Denman Ground Hawg-banden had, dus ik zat zo hoog dat ik de maan ongeveer kon aanraken. Het vereiste enorm veel tijd en aandacht om ‘m rijdend te houden, en dat was precies wat ik wilde. Ik heb ‘m verkocht toen ik naar New York verhuisde om daar naar een theaterschool te gaan, en toen heb ik een hele tijd geen auto gehad.

Toen ik daarna naar Californië ging, kocht ik een Audi 5000, de auto die berucht werd omdat ie ineens in z’n versnelling kon schieten en begon te rijden en zo een aantal mensen heeft vermoord, herinner je je die nog? Mij is het nooit overkomen, maar ik heb ‘m toch maar weer weggedaan.

En daarna?

Ik kocht een De Tomaso Pantera uit 1970. Dat was de auto waarvan ik vroeger een poster in mijn kamer had hangen’

Mijn volgende auto was een Fiat X1/9 van Bertone. Ik reed langs een occasionhandel, zag ‘m staan, draaide om en kocht ‘m. Het was de Ferrari voor mensen zonder geld. Ik had nog nooit een cabrio gehad en verbrandde de toppen van mijn oren. Nooit zal ik vergeten dat ik in een file stond in dat ding en aan mijn oor voelde, en de hele top ervan ineens in mijn hand had, die pelde ik er zo af. Ik besloot meteen nooit meer een cabrio te kopen.

Dus verkocht ik ‘m en kocht een Chevy S-10 Blazer, de kleine, maar je kon er eigenlijk niks voor kopen om ‘m een beetje op te kalefateren, dus deed ik ‘m weer weg en kocht een GMC Jimmy uit 1991. Ik was best wel gek op die truck en leerde een waardevolle les. Ik betaalde ‘m af, ongeveer 600 dollar per maand, maar ik legde er desondanks speciale bladveren onder, zwaardere assen, verhoogde ‘m en zette er een Turbo 400-transmissie in. Ineens echter was mijn geld op en moest ik ‘m verkopen voor het bedrag dat ik nog had uitstaan, en maakte een enorm verlies.

Ook weleens iets anders gereden dan een auto?

auto's van Matt LeBlanc

Daarna kwam een oude FLH Harley uit 1970. Die motor was een tijdlang alles wat ik had, maar ook die moest ik verkopen omdat ik moest eten en de huur moest betalen. Vervolgens reed ik een tweedehands Nissan 240SX die ik zelf een beetje modificeerde. Ik moet gewoon een auto hebben waaraan ik kan knutselen. Is dat misschien iets typisch Amerikaans? Toen begon Friends.

Ik verkocht de 240SX, kocht een Jeep Grand Cherokee, die hield ik ook, en kocht er een De Tomaso Pantera uit 1970 bij, met 50.000 kilometer op de teller. Dat was de auto waarvan ik vroeger een poster in mijn kamer had hangen, ik was er weg van, vooral omdat ie leek op de GT40. Ik reed ermee naar mijn accountant en die zei: ‘Je hebt wát gekocht? Mijn god, waarom heb je dat gedaan?’ Dus ik zei: ‘Hij is geweldig. Kom, dan maken we een ritje.’ Onderweg naar zijn huis, voor een rood licht, kwam het uiteinde van een klep los, dat viel in de motor, raakte een zuiger en bleef erin steken, waardoor de zuiger het hele blok uiteenreet.

Motor kapot, dus bouwde je er zelf maar eentje?

Dus trokken we de motor eruit en bouwden we er een Boss 351 Cleveland in, eigenlijk een normale Ford Cleveland V8 met roltuimelaars. Dat deed ik niet zelf, ik was te druk met Friends – maar als je zo druk bent, is het wel lekker om er een project naast te hebben, iets heel anders dan je dagelijkse werk. De Cleveland leverde niet het vermogen dat ik wilde. Dus toen besloot ik een échte motor te bouwen, waaraan ik zo’n 25.000 dollar uitgaf. Het was een 420 Windsor-blok met aluminium Yates-racekoppen, titanium kleppen en klepveren, een enorm hoog inlaatspruitstuk met geoptimaliseerde kanalen. Ik monteerde een 850 Holley-carburator, geflowd naar ongeveer 950, en een sterkere koppeling. Toen begon ik aan de auto zelf.

Maar toen werd ik gek op Porsches en reed er nooit meer in

Ik zette er grotere, bredere wielen op, roestvrijstalen radiators en ik maakte kieuwen in de motorkap. Ik denk dat het hele ding me al met al 140.000 dollar heeft gekost en twee jaar van mijn leven – uiteindelijk had ie bijna 600 pk op normale benzine. Dat ding was woest. En hij klonk gevaarlijk. Maar toen werd ik gek op Porsches en reed er nooit meer in. Ik verkocht ‘m, met veel verlies natuurlijk.

Koos je Porsche of Ferrari?

auto's van Matt LeBlanc

Ik weet nog dat ik naar een Porsche- en Ferrari-dealer ging, die had een 996 Turbo en een 360 Modena achterin de garage staan, en ik moest kiezen, dat was lastig. Ik koos voor de Ferrari. Zwart op zwart, F1-bak, echt een mooi ding. Ik had die Ferrari een week of twee. Toen ging ik terug naar die dealer en kocht ik de Porsche erbij.

De Ferrari kreeg alle fabrieksupdates die er waren; voor de Porsche kwam Gemballa naar mijn huis en voerde ‘m op tot zo’n 500 pk, en ik zette er een setje TechArt-wielen op. Uiteindelijk verkocht ik de Ferrari omdat de dealers me tot waanzin dreven. Ik ruilde de 996 Turbo in voor een GT3 uit 2010, maar die haatte ik omdat al het vermogen bovenin de toeren zat, dus kocht ik een Turbo S uit 2012. Ook heb ik een GT2 RS uit 2011, doodeng, maar die houd ik.

Allemaal relatief nieuwe auto’s dus, of toch niet?

Toen begon mijn interesse voor de oudere modellen, dus kocht ik een Carrera uit 1988 die oorspronkelijk uit Boston komt, waar ik ook vandaan kom. Die houd ik ook; die auto doe ik nooit meer weg. Toen vond ik een 930 uit 1987, een vierbak, zwart met een kasjmier interieur en maar 12.000 kilometer erop. Die kocht ik, haalde de motor eruit, verving alle rubbers en pakkingen, reed er een poosje mee en besloot toen dat ik meer vermogen wilde. Dus zette ik er een K27-turbo in, en een grotere intercooler.

Dus zette ik er een K27-turbo in, en een grotere intercooler

Daarna kocht ik een originele ‘Flachbau’ Turbo van 1984. Ze begonnen officieel pas in ’86 met die versie, maar dit was een one-off fabrieksprototype dat ze in heel Amerika lieten zien om orders te genereren. Er stond maar 940 mijl op de teller. Ik reed er nog 40 bij op weg naar mijn huis, plankgas. Maar ik wist dat dat de enige keer was dat ik erin zou rijden, want je kunt niet meer dan 1.000 mijl op de teller van zo’n auto hebben staan. Het is puur een investering.

auto's van Matt LeBlanc

Vervolgens kocht ik een Porsche RS America uit ’94, dus dat was mijn eerste 964, en ik vond het niks. Dus vroeg ik een vriend om ‘m voor me te verkopen. Kwam er bij zijn showroom een gozer binnen met een Carrera 4 GTS uit 2012, zilver op zwart, handbak, een zeldzame auto. Hij bood aan om die in te ruilen, plus 13.000 dollar, dus weg was mijn RS America. Ik overweeg om er zo’n SharkWerks X-Pipe op te zetten en de centrale demper te verwijderen. Om wat meer geluid te krijgen, maar ik weet niet of het nodig is. Oh, en toen kocht ik een Ford Focus RS.

Wat wil je nog voor in je collectie?

Wat nu? Ik zou het niet weten, ik probeer me in te houden. Maar ik heb warme gevoelens voor de AMG GT R, die is cool, daar zou ik wel mee willen spelen. Ik vind die auto waarmee Chris Harris de laatste tijd rijdt ook wel wat, de Mercedes S 63 Coupé. Maar dat hoeft hij niet te weten.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws