Uitgelicht: Clarkson en de SLS AMG

Nu Richard en James hun favoriete auto’s hebben gekozen, is het de beurt aan Jeremy. Hij legt uit waarom hij meer van de SLS houdt dan van zijn eigen hond.
 
Het zijn die deuren. Je weet waarom ze erop zitten: zodat we worden herinnerd aan de oude Gullwing, de legendarische 300 SL. Prima, heel goed.
 
Je weet echter ook dat je op een zeker moment uit deze auto zult moeten stappen, en dat dat zal moeten gebeuren wanneer er mensen naar je kijken. Daar heb je om gevraagd met de SLS. En die toekijkende mensen zullen denken dat je een lul bent.
 
Ik zal je iets vertellen wat onder autofanaten publiek geheim is. Je zult misschien denken dat mensen onder de indruk zijn van je paarse, gevlamde, metallic lak, van je enorme achterspoiler of van je gigantische uitlaten. Laat me je iets vertellen: dat zijn ze niet. Zij beschouwen jouw liefde voor auto’s zoals jij naar een golffanaat kijkt. Ze vinden het belachelijk. En die deuren? Nou, dat is het automobiele equivalent van een aap met een das om. Het is de verschrikkelijke kijk mij nou eens-onzin die ieder weldenkend mens haat. Om het heel simpel te stellen: wie autodeuren heeft die naar boven openklappen, heeft minder seks.
 
Daarbij krijg je ze niet dicht. Als je een dwerg bent, waarmee ik bedoel dat je korter bent dan 1,85 meter, kun je niet bij de deurhendel als je eenmaal achter het stuur zit. Dus ben je dan gedwongen om ofwel extra te betalen voor een optionele, langere deurlus – kruis het vakje aan op de optielijst waarachter staat ‘ik ben een dwerg’ – of je zult passanten moeten vragen om de deur voor je te sluiten. Daar zullen ze niet echt van onder de indruk zijn. En dus ook niet van jou.
 
Dit is het moment waarop ik je even moet uitleggen dat ik superkritisch ben op de SLS omdat ik zo enorm dol op ‘m ben. Ik houd meer van de SLS dan van mijn eigen ledematen. Ik moet mezelf er op een of andere manier van weerhouden om ‘m te kopen. Dat doe ik hier.
 
Dus laat ik vooral doorgaan met z’n onvolkomenheden. Het rijden. Ik dacht dat de afstelling van mijn Mercedes CLK Black hard en stijf was. Ik dacht dat het onmogelijk zou zijn om een auto stijver te maken dan de CLK Black. Maar AMG heeft het voor elkaar gekregen. En hoe. De weg van Burford naar Chipping Norton is een extreem goed geasfalteerde, vlakke weg. Dat weet ik omdat ik die weg vaak rijd. Maar in de SLS is het alsof je op een mottig Italiaans bergweggetje rijdt.
 
De hele auto is in feite keihard. Het is alsof de rubberen delen die in andere auto’s de bestuurder scheiden van bewegende zaken als de motor en de ophanging, in de SLS simpelweg niet aanwezig zijn. Ja, we weten dat de aandrijfas van koolstofvezel is gemaakt en daarom maar vier kilo weegt. We weten dat de motor is gemaakt van superlichte materialen. Dat is allemaal erg indrukwekkend, maar we weten ook dat, wanneer het erom gaat om je te isoleren van de wereld om je heen, katoen minder goed is dan bont. Zwaar isoleert beter.
 
De SLS ziet eruit als een elegante GT. Hij is voorzien van veel leer en luxedingetjes. Maar met ‘m rijden, is net alsof je een metaalgieterij probeert te rijden.

‘Als je mensen aanbiedt om eens goed te kijken naar je motorkap van vijf mille, lijkt de kans me niet denkbeeldig dat ze over je heen zullen piesen. En terecht’

 
Omdat ik dat eigenlijk helemaal geweldig vind, ga ik maar meteen door naar z’n maten. Hij is bijna twee meter breed. Dat betekent dat je altijd gezeur en last zult hebben met parkeren. En die breedte betekent ook dat je passagier een enorm eind bij je vandaan zit. Je hebt een setje megafoons nodig om elkaar te kunnen verstaan.
 
Zeker wanneer je hard gaat. Alle auto’s van AMG zijn luidruchtig als je gas geeft, en dat ligt niet aan de afstelling van de kleppen. Ze zijn gewoon zo. Maar de SLS – dat is een grotere herrieschopper dan welke van zijn voorgangers ook, en het geluid houdt ook langer aan. Ja, als je rustig en regelmatig rijdt, dan komt ie even tot rust en bromt ie tevreden, maar als je er ook maar aan denkt om gas te geven, keert het geblaf en gehoest terug, en niet bepaald op ingehouden wijze.
 
In veel opzichten doet de SLS denken aan een TVR. En ik denk dat, net als bij een TVR, de eigenaar van een SLS opgezadeld wordt met een moeilijke, vreemde en vermoeiende ervaring, hoewel de SLS wellicht iets minder vaak in brand zal vliegen. Ook durf ik niet met droge ogen te beweren dat z’n uiterlijk veel innemender zal worden. Vanuit sommige hoeken bekeken, in sommige kleuren, is de SLS een spektakel om te zien. Veel mooier kun je het eigenlijk niet bedenken. Maar z’n achterkant is een beetje slapjes, een beetje wee. Nou, dan ben ik eruit. Ik hoef er geen. Het zou een domme aankoop zijn.
 
Ook ga ik niet zitten wachten tot de cabrioletversie verschijnt. Hoewel die normale deuren zal hebben, zal ie waarschijnlijk een miljard euro kosten en dat vind ik te veel voor een auto.
 
De dichte versie is zelfs al heel duur. De basisuitvoering kost 243.000 euro, maar de SLS waarin ik reed, had ook nog een achteruitrijdcamera, sportstoelen, speciale velgen, een Bang & Olufsen-audiosysteem, keramische remmen, speciale lak en extra mooi leer. Hij had zelfs, ten koste van dik 5.000 euro, een koolstofvezel motorkap.
 
Waarom zou je dat laatste willen? Mensen haten je al vanwege je vleugeldeuren. Dus als je mensen aanbiedt om eens goed te kijken naar je motorkap van vijf mille, het ding openklapt en er vol trots naast gaat staan, lijkt de kans me niet denkbeeldig dat ze hun broek openritsen en over je heen zullen piesen. En terecht.
 
De auto die ik reed, kost dus meer dan drie ton. Voor dat bedrag koop je met gemak ook een Aston Martin DB9 of een Ferrari California. Dus drie ton is nogal veel geld voor een Mercedes. Maar toch.
 
Het was op een mooie zondagavond dat ik mijn dochter terugbracht naar haar kostschool. Ik zette haar niet voor de deur af – vanwege die deuren – maar om de hoek, en reed toen alleen terug naar huis. Het was prachtig zomerweer. De wegen waren leeg. En de SLS was betoverend.
 
Alles zit verder dan je denkt. De motor, bijvoorbeeld, ligt diep weggeborgen voor de vooras, en je zit zo ongeveer op de achterwielen. Dat verklaart ook meteen waarom ie zo stijf aanvoelt. De rijervaring kan niet heel anders zijn dan de rijervaring die Ben Hur had in zijn strijdkar.
 
Een normale auto heeft als centraal draaipunt zo ongeveer de plek waar je heupen zich bevinden. De SLS niet. Hij is als een paard dat met zijn hoofd bochten neemt terwijl jij op de kont zit (om de Ben Hur-vergelijking nog maar eens te gebruiken). Hij beweegt dus voor je uit. Dat is een verbazingwekkende ervaring en ik raakte er al snel buitengewoon op gesteld.

‘Het is niet dat ik niet gewend ben aan snelle auto’s, want dat ben ik wel. Maar zoals de SLS? Nee, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt’

Ik was ook dol op de besturing. Zo direct als die van een Porsche 911 GT3. Je draait het stuur een heel klein stukje, je gelooft zelf niet dat de wielen op die fractie van een beweging zullen reageren, en pats, de motorkap en alles erachter draait de bocht om – zonder vertraging en vrijwel zonder uit de bedoelde lijn te raken.
 
De zeventraps versnellingsbak is ook al briljant. Hij gebruikt precies hetzelfde systeem als de Ferrari California, dus zonder dat je hoeft te koppelen. Dat systeem ken ik. Maar al te goed. Helaas.
 
Recent waren we met TopGear in Roemenië. Richard Hammond en ik deden een wedstrijdje op de snelweg. Hij reed een California, ik reed een Aston Martin DBS. We kregen een teken van de regisseur en gaven plankgas. Er was geen enkel zichtbaar snelheidsverschil tussen de auto’s, helemaal nul. Tot we moesten opschakelen.
 
Ik probeerde zo snel mogelijk te zijn. Maar in de Aston DBS moest ik de koppeling intrappen, de bak in een volgende versnelling zetten en de koppeling loslaten. Hammond trok aan een peddeltje en bám, hij zat al in de volgende versnelling. Het ging zo snel dat zelfs een laboratorium de tijd niet zou hebben kunnen meten. Het ging in een beweging, zonder vertraging, en zo nam Hammond twintig meter voorsprong op me.
 
De SLS is zeer snel. Van 0 naar 100 km/u doet ie in 3,8 seconden en volgas haalt ie 320 km/u. En op een echte weg? Ik denk – althans als de echte weg breed genoeg voor de SLS is – dat er geen enkele auto ter wereld sneller is. Niet tegen deze versnellingsbak. Niet met deze besturing. En zeker niet met al dat vermogen: 571 pk en 650 Nm uit die superlichte 6,2-liter V8-motor.
 
De SLS is geen GT. Verre van. Hij is een bloedzuivere, echte racewagen. Hij is nerveus. Hij is beangstigend. Hij maakt lawaai. Je moet in bochten heel voorzichtig zijn met het gaspedaal want ondanks de achterbanden (maatje 295/30) en de tractiecontrole, probeert ie uit te breken. En als de motor brult, kun jij ook wel gaan brullen, maar niemand zal je horen.
 
Nu en dan trok ik een wenkbrauw op – zag ik goed dat de weg voor me leeg was? – en als de weg leeg was, en recht, en ik had overzicht, dan gaf ik volgas en hop, weg was ik. Het is niet dat ik niet gewend ben aan snelle auto’s, want dat ben ik wel. Maar zoals de SLS? Nee, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Hij voelt sneller aan dan alle andere auto’s die ik ooit heb gereden. Opwindender, ook. Je hebt de airconditioning echt nodig, anders verdrink je in je eigen angstzweet. Ik zette ‘m zo koud mogelijk.
 
Goed, dat is mijn verhaal. Nu een oordeel. Moeilijk, moeilijk. Het prima tijdschrift voor de auto-industrie, Autocar, schreef nadat ze in de SLS hadden gereden dat ze van de auto onder de indruk waren – ‘enorm snel’, schreven ze – maar dat de SLS hen emotioneel koud liet.
 
Dat vind ik vreemd. Want ik voel precies het tegenovergestelde. De SLS is voor mij juist een bak vol raadsels. Hoe ie rijdt. Z’n maten. Wat ie kost. Hoe ie eruit ziet. En natuurlijk die deuren. Hij is te gek. Hij is uitzinnig. Maf. Ik vind zelfs dat ie meer karakter heeft en dat ie leuker is dan de Aston Martin DBS. Ik houd meer van deze auto dan van mijn hond.
 

De SLS is volslagen zinloos. En precies dat geeft ‘m meer bestaansrecht dan alle andere auto’s die ik ooit heb gereden.

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws