Circuit-uitje van het Jaar 2019: Mazda MX-5 Cup

We rijden mee in de MX-5 Cup op Spa. Een gestripte racer, heel veel regen en niets om ons achter te verschuilen

Hoe bereid je je voor op een volledig raceweekend als je nooit racet? Ik heb geen idee, en dus stel ik me diezelfde vraag een dag van tevoren nog steeds. Ik zoek een artikel op dat ik zes jaar geleden schreef over de eerste en enige keer dat ik wielen op Spa-Francorchamps zette, tijdens een circuitdag. En ik lees nog eens wat regeltjes door die ik mezelf ooit in moest prenten toen ik mijn racelicentie haalde. Meer kan ik niet doen, denk ik, en ik voel me ongemakkelijk passief.

Ik bekijk de weersvoorspelling, ook al weet ik dat de omstandigheden aan de ene kant van Spa niet per se gelijk zijn aan die aan de andere kant. Het 7 kilometer lange circuit, met hoogteverschillen waar het je van gaat duizelen, staat bekend om zijn onvoorspelbaarheid. Toch lijkt het weerbericht vrij zeker te weten dat het gaat regenen. Geen verrassing.

Gelukkig ben ik met de Mazda MX-5 niet helemaal onbekend, al hadden de exemplaren waarin ik eerder reed meestal een radio, airco en, nou ja, een interieur. Voor de MX-5 Cup in Nederland en België nemen de specialisten van Intrax de sterkste productieversie van het roadstertje (184 pk) en laten de motor en transmissie ongemoeid. Wel trekken ze de stoelen, tapijten, panelen en de dakconstructie eruit, monteren ze een rolkooi en slopen ze de airco en navigatie eraf. Dan brengen ze de nodige carrosserieverstevigingen aan en zorgen ze voor een op maat gemaakt onderstel met dikkere stabilisatorstangen, coilovers en uniball-ophanging. Ook monteren ze andere remblokken, een nieuw uitlaatsysteem en de nodige koeling voor de versnellingsbak en het differentieel. Hiermee komt de prijs van een MX-5 Cup-auto op een schappelijke 31.500 euro, exclusief BTW.

Wake-up call

Mijn tijd in de auto bestaat uit twee vrije trainingen van elk een half uur en een kwalificatie van 20 minuten op de vrijdag, en twee races van elk een half uur op zaterdag. De MX-5 Cup rijdt in het voorprogramma van de TCR 500, een endurance-race van 500 ronden, en deelt die eer met de Supercar en GTPrototype Challenge en de Ford Fiesta Sprint Cup. Ik verwacht daarom een drukte van belang als ik vroeg op vrijdagochtend met tassen vol racekleding aan kom struinen op een druilerig Spa, maar ik verkeer blijkbaar in een soort vacuüm en kom niemand tegen. Tot ik bij de rijdersbriefing Ivo ontmoet, een man met een flinke brace om zijn nek. Hij was donderdag al even op de baan om te oefenen, verloor in de Stavelot-bocht de controle over zijn MX-5 en kwam op de minst gunstige ­wijze – zijwaarts – hard in aanraking met de bandenmuur. Achter de pitboxen zie ik zijn auto onherstelbaar verkreukeld op een aanhanger staan. Dat is nog eens een wake-up call, voor zover ik er al een nodig had.


In de box van Team Kreijne, de Amersfoortse Mazda-dealer die meerijdt met drie auto’s en tevens de gastauto van Mazda Nederland verzorgt, loopt iedereen wat verfomfaaid rond. Hun teamtruck kreeg tot twee keer toe een lekke band en moest terug naar het thuishonk, waardoor iedereen vannacht op matrasjes in de box heeft geslapen. Coureurs Toine (leider in het klassement), Jasper en Wilfred maken zich op voor de eerste training en ik ontmoet Stephan, de monteur die zich dit weekend over de gastauto ontfermt. In voorbereiding op het aanstaande waterballet heeft hij het onderstel ‘vriendelijk’ afgesteld – aan een stugge ophanging heb je weinig op nat wegdek. ‘We kunnen tussen de trainingen kijken of je nog iets wilt veranderen’, zegt hij. Laat ik de boel eerst maar eens heel houden, denk ik.

Tijd om te gaan rijden

Race-overall aan, helm op, HANS-systeem om de nek. Ik wurm me door de rolkooi in de diepe, krappe kuipstoel en trek de vijfpuntsgordel aan als een ballenknijpend harnas. Voor me zie ik een herkenbaar dashboard, maar het infotainment maakte plaats voor een racecomputer en de startknop verhuisde naar een ventilatieopening. Als ik erop druk en de motor tot leven blèrt, branden er ongeveer 46 lampjes. Rijstrookhulpfout, bandenspanningsfout, alles fout. Dat is goed. De enige hulpsystemen die nog actief zijn, zijn het ABS en de stabiliteitscontrole. Het eerste zal ik nodig hebben, het tweede moet ik handmatig uitzetten. Ik vergeet dat uiteraard en merk tijdens mijn eerste keer Eau Rouge en Raidillon meteen waarom dat niet gunstig is. Wanneer ik voorzichtig door de legendarische bochtencombinatie naar boven stuur, slaat het systeem al op tilt: remingrepen links en rechts, het gas wordt afgekapt en ik rij met ongeveer 3 km/u de heuvel op.

Ik schakel het ESP uit en richt mijn blik op de verte. Ondertussen probeer ik het feit te negeren dat iedereen me aan alle kanten voorbijrijdt. In de drukte – er zijn 23 auto’s tegelijk aan het testen geslagen – probeer ik geschikte ­regenlijnen te vinden. Het is echt spekglad, dus vloeiend rijden is het devies. Soms steek ik iets op van een snelle jongen die ik even kan volgen. Op andere momenten breekt de achterkant plots uit en kom ik heroïsch driftend, maar daardoor tergend langzaam de bocht uit. Zeker op Spa is dat funest, want er zijn lange rechte stukken en een slechte exit kan je vele seconden schelen.

Een steile en glibberige leercurve

De rondetijden lopen in deze omstandigheden sterk uiteen. Ik verbeter mezelf steeds en rij uiteindelijk een 3:30, de vijftiende tijd van de 23. De echt snelle rijders doen 3:12, daar hoef ik niet eens over te dromen, maar het kluitje voor me zit rond de 3:25. Als ik dat verschil in de tweede training kan goedmaken, ben ik aardig op weg naar mijn zelfopgelegde doel om straks in de race bij de middenmoot aan te kunnen haken. Ik weet waar ik de grootste steken laat vallen. Aan het eind van de Kemmel Straight rem ik veel te vroeg, telkens weer, en bij Blanchimont – snel en vlak – vertraag ik waar ik vrij zeker weet dat anderen doorzetten. Verder zijn er bochtensecties, zoals Les Fagnes, waar ik door een paar slippertjes iets te voorzichtig ben geworden. Het is een steile en glibberige leercurve.


Stephan koppelt de achterste stabilisatorstang los (dat mag, zolang deze in verband met het gewicht wel op z’n plek blijft zitten) en stelt de dempers iets zachter in. Minder zijdelingse stijfheid en meer rolneiging betekenen meer gedempte zijwaartse krachten. Dat helpt om onder- en overstuur in te perken op het natte asfalt. Het blijkt een verschil van dag en nacht. De tweede training is iets droger dan de eerste, maar de auto biedt exponentieel meer vertrouwen en ik probeer meer uit. Na een paar rondjes rij ik zomaar 7 seconden van mijn oude tijd af. Helaas gaat de rest ook sneller, zodat ik uiteindelijk nu niet vijftiende, maar achttiende kom te liggen. Een rode vlag maakt vroegtijdig een einde aan de laatste oefensessie. Hierna wordt het menens.

De hemel barst open

Wanneer Toine, die vooraan rijdt, zijn on-board beelden bekijkt en analyseert, kijk ik met hem mee. Ik zie dat hij kerbs en groene kunstgrasvlakken meepakt waar ik dacht ze te moeten mijden vanwege de nattigheid. Vaak liggen deze op cruciale punten, zoals bij het uitkomen van Raidillon, waar elke extra km/u driedubbel en dwars telt. Ik besluit dat dit zal zijn waar ik in de kwalificatie mijn seconden ga vinden.

Het regent niet, het hóóst wanneer de kwalificatie net aan de gang is. Zo is iedereens eerste rondetijd meteen de definitieve, want jezelf verbeteren zit er niet meer in. De ruitenwissers kunnen niets beginnen, het water slaat naar binnen en klotst over de vloer. De 3:21 die ik neerzette, bezorgt me een negentiende startpositie, en de man vóór me was 3 seconden sneller. Ik voel me een beetje machteloos, maar verkeer ook in een roes – ik ben er op dit moment volledig van overtuigd dat er niets leukers bestaat dan met een Mazdaatje over Spa knallen. Ze zeggen dat het morgenochtend regent, maar opdroogt tegen de middag. Een natte én een droge race? Ik val die nacht in slaap met m’n vingers gekruist.

Niet overmoedig worden

Hoewel je langzaam toeleeft naar zo’n race, gaat alles op de dag zelf heel snel. Ik arriveer op het circuit en voor ik het weet, zit ik in de auto, sta ik op de grid, zigzag ik over de baan tijdens het opwarmrondje en sta ik te wachten tot de lichten uit gaan. Het start/finishgedeelte van Spa helt een beetje en de MX-5 heeft geen handrem meer, dus ik houd de bal van m’n voet op de rem en m’n hak op het gas. Dan dooft het rood en stamp ik m’n rechterbeen omlaag als een boze peuter.


Iets te veel wielspin en dus geen uitzonderlijke start, maar ik zit er goed bij. We komen zonder kleerscheuren door de La Source-haarspeld en denderen naar beneden, op weg naar de bocht der bochten. Gezien de vochtige baan en het feit dat sommigen (ik niet) toch op slicks zijn gestart, doet niemand al te wilde dingen en komen we zonder kleerscheuren uit bij Kemmel Straight. En dan begint het.

In Malmedy haal ik er eentje in. In Bruxelles nog een. En in de linkerknik die ze Speakers Corner noemen, zomaar twee tegelijk. En in Double Gauche steek ik er nóg een voorbij. Het moet het regenbanden-versus-slicks-effect zijn, maar toch: vijf auto’s in vier bochten! Er knalt confetti door mijn hoofd, maar ik schreeuw mezelf hardop tot de orde. Niet overmoedig worden. Richt je pijlen liever op die witte auto met nummer 70 vóór je. En – ik moet plots binnen een seconde een keer of vijf corrigeren – zorg vooral dat je de glimmende kant boven houdt.

‘Het duurt even voor ik besef dat ik de beruchtste bocht zojuist driftend ben doorgekomen’

De MX-5 is een droom. De balans, de besturing, de gretige, rasperige viercilinder, het pookje dat knakt als vingerkootjes – ze komen hier allemaal samen om mij Spa te leren begrijpen. Ieder rempunt, iedere apex pak ik beter dan de vorige keer. Dan achtervolg ik de nummer 70 door Eau Rouge en Raidillon en voel ik de achterkant wegglijden. Opvangen en gas erop. Het duurt een paar seconden voor ik besef dat ik een van de beruchtste bochtencombinaties die er bestaan zojuist lichtjes driftend en kwispelend ben doorgekomen. Nogmaals: niet over nadenken. Een halve ronde later verschalk ik de nummer 70 definitief, en achter mij doet de achttienjarige Dominique Kraan met nummer 16 hetzelfde. Wat volgt, is voor hem waarschijnlijk een maandelijks terugkerend tafereeltje, maar voor mij een van mijn meest memorabele circuitmomenten ooit.


De rest van de race, ruim een kwartier lang, is het stuivertje wisselen tussen Dominique en mij. Hij steekt mij voorbij vanuit de slipstream op Kemmel, ik pak hem een paar bochten later terug. Steeds maar weer, ronde na ronde. Normaal rijdt hij in de voorhoede mee – vandaag startte hij achteraan met een suboptimale auto, die na een crash op donderdag niet op tijd klaar was voor de kwalificatie. Mazzel voor mij, de rookie die alleen maar grijnzend kan genieten en volledig opgaat in dit respectvolle potje close racing. Maar hoe langer het duurt, hoe droger het asfalt wordt. Mijn auto begint grip te verliezen op plekken waar ik voorheen in het voordeel was.

Iets te enthousiast

In Double Gauche verlies ik de MX-5. Ik ga zo dwars dat ik denk: dit komt niet meer goed. Dan slaat de schuiver alsnog om in een tankslapper, en ik heb de uitloopruimte hard nodig om de boel recht te krijgen. Dominique komt voorbijgezeild en ik vrees dat het gedaan is; de Hankook-regenbanden zijn er klaar mee en de zachte set-up van mijn onderstel is niet langer geschikt voor de omstandigheden. Maar er zijn hier en daar vochtige stukken waar mijn tegenstander het nog steeds lastig heeft, en al vechtend en corrigerend houd ik hem bij. Op Kemmel Straight en door Les Combes gaan we zij aan zij. Ik weet hem – voorzichtig – nog één keer in te halen in Double Gauche en ben vastbesloten om deze plek niet meer uit handen te geven.


Dan, in de allerlaatste ronde, ben ik onvoorzichtig bij het uitkomen van Raidillon: ik ga iets te enthousiast over de kerbs, breek uit en verlies veel snelheid. Dominique zet ’m ernaast, komt erlangs en slaat een gat. Ik verlies het duel. Maar wát een duel.

Wanneer we de auto’s in parc fermé parkeren, schud ik hem de hand en bedank hem voor een geniale race. Hart-in-de-keel-momenten, frustratie, totale euforie – ik beleefde het allemaal. Ik ben vijftiende, mijn snelste rondetijd was 3:11, ook eindelijk respectabel. En dan moet race 2 nog komen, op droog, met slicks. Ik maak me op voor een nog hoger hoogtepunt.

Zonder ambulances geen race

Helaas valt er weinig te zeggen over race 2, want die duurt ongeveer vier minuten. Dolblij dat ik eindelijk écht kan voelen waar de MX-5 toe in staat is, kom ik na de eerste ronde over start/finish, neem La Source ravottend en zit op iemands bumper als we via Eau Rouge omhoog rijden. Dan zie ik rode lichten en vlaggen, en een seconde later zie ik waarom. Rechts, bij het uitkomen van de oude pitstraat, staan twee totaal vernielde auto’s rokend en stomend tegen de vangrail. Het zijn mijn teamgenoot Toine, die vanaf pole startte, en de jonge Maxime Oosten.

De stof trekt net op en de brokstukken en onderdelen rammelen door mijn wielkasten. Later zie ik op videobeelden wat er is gebeurd. Toine kreeg vlak voor Kemmel een tik, ging ontzettend hard de muur in, spinde terug de baan op en werd rechtsachter geramd door Maxime, die hem niet meer kon ontwijken. Toine zal uiteindelijk vijf gebroken ribben en een gebroken schouderblad blijken te hebben; Maxime komt met de schrik vrij. De race wordt stilgelegd en uiteindelijk niet meer hervat, want beide rijders worden naar het ziekenhuis vervoerd met de aanwezige ambulances, en zonder ambulances geen race.

Kluwen van emoties

Het is een hard en helder eind aan het weekend: een ondubbelzinnige reminder dat dit echt geen spelletje is. Racen mag dan prachtig zijn, het dwingt respect af en je dient je bewust te zijn van de gevaren. Je moet moedwillig zeggen: dit kan ook mij overkomen, maar ik doe het toch. Hoe graag wil je het? Hoe belangrijk vind je het?


Hierover peinzend rij ik terug naar Nederland – geschrokken, bezorgd, een beetje teleurgesteld, maar bovenal gelukkig dat ik hierbij mocht zijn. Met mijn minimale competitie-ervaring is elke race een kluwen van emoties. Maar de mate van concentratie, de vechtlust en de adrenaline waarmee ik hier te ­maken kreeg, heb ik niet eerder gevoeld. Voor de Mazda MX-5, die ik ken als een fijne speelroadster voor lollige buitenwegen, heb ik hernieuwde bewondering gekregen. Wat een pakketje, wat een handelbaar brokje energie. En: wat een circuit. Ik heb nog veel te leren, maar zo leergierig was ik nog nooit.

Meer weten over de Mazda MX-5 Cup, de auto’s, de rijders en wanneer de races plaatsvinden? Kijk op www.mazda-mx5cup.nl.

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws