Stellantis behandelt zijn merken op een eerlijke manier. In plaats van één voor één de facelifts van de bestelbussen presenteren, laat Stellantis de vernieuwde busjes van Citroën, Fiat, Opel en Peugeot in één keer zien. We zetten ze per merk voor je op een rijtje. En er komt later nog een grote bus bij. Ram presenteert ergens volgend jaar de elektrische ProMaster EV.

Wat we hier hebben, zijn de gebroeders die het opnemen tegen Caddy’s, Kangoo’s, Sprinters en Crafters. Het zal je opvallen dat niet ieder merk dezelfde motoren meekrijgt. Voor nu houdt Stellantis het op benzine-, diesel- en elektromotoren. Halverwege 2024 krijgen de middelgrote bussen een waterstofversie die 400 kilometer ver komt. Later in 2024 volgen er ook nog grote bussen die waterstof omzetten in elektriciteit met 500 kilometer actieradius.

Specificaties van de vernieuwde busjes van Citroën

Citroën laat de nieuwe Berlingo, Jumpy en Jumper zien. Van de kleinste bestelbus bouwt Citroën een versie met een 110 pk sterke benzinemotor en twee dieselvarianten waarvan de een 100 pk heeft en de ander 130 pk. De ë-Berlingo is helemaal elektrisch en heeft een vermogen van 136 pk. Dit busje komt 330 kilometer ver dankzij een 50-kWh batterij. Het laadvolume is trouwens 4,40 kubieke meter en het laadvermogen is 1.000 kilo (780 kilo bij de EV).

Door naar de Jumpy die geen benzineversie krijgt, maar er wel op waterstof komt. De dieselmotoren zijn 120, 145 of 180 pk sterk en de ë-Jumpy heeft een vermogen van 136 pk. De elektrische versie brengt je 224 kilometer of 350 kilometer ver als je voor de versie met een 75-kWh accu gaat. Het laadvermogen stijgt ten opzichte van de Berlingo naar 1.275 kilo, net als het laadvolume: dat is 6,6 kubieke meter.

Citroën elektrische bussen (2023)

Tot slot de grote Citroën Jumper. Deze krijgt drie verschillende dieselopties: een 120 pk, 140 pk of 180 pk sterke verbrandingsmotor. Ergens in de tweede helft van 2024 moet er ook een waterstofversie komen. De ë-Jumper krijgt een 270 pk sterke elektromotor die dankzij een 110-kWh batterijpakket 420 kilometer ver komt. De grootste bedrijfswagen van Citroën heeft maximaal 17 kubieke meter aan opslagruimte.

Fiat krijgt dezelfde vernieuwde busjes van Stellantis als Citroën

Fiat noemt zijn bestelbussen Doblò, Scudo en Ducato. Alle drie de groottes hebben een E-versie. De E-Doblò krijgt een 136 pk elektromotor en komt 330 kilometer ver. De elektrische Scudo heeft evenveel vermogen, maar wel een optie voor een grotere batterij voor een actieradius van 350 kilometer. In de E-Scudo kun je trouwens tot 1.250 kilo meesleuren in de 6,6 kubieke meter grote laadbak.

Maar er zijn dus ook versies met verbrandingsmotoren. De Doblò is er met een 110 pk sterke benzinemotor, 100 pk sterke diesel en nog een diesel met 130 pk. De Scudo met uitlaat is altijd een diesel. Er zijn wel drie varianten: de 1,5-liter met 120 pk, de 2,0-liter met 145 pk en nog een 2,0-liter maar dan met 177 pk.

De E-Ducato krijgt ook het nieuwe accupakket van de grootste bedrijfswagen. De 110-kWh batterij zorgt wederom voor een rijbereik van 420 kilometer. Het vermogen is ook hier 270 pk. De laadbak meet 17 kubieke meter en kan tot 1.500 kilo aan spullen kwijt. Er zijn ook dezelfde drie diesels: een met 120 pk, een met 140 pk en een met 180 pk.

Fiat busjes Doblo, Scudo, Ducato (2023)

Opel laat nog niet veel informatie los

Het enige dat Opel nu aan ons wil vertellen, is dat de Combo, Vivaro en Movano vernieuwd zijn. Ze krijgen de nieuwe ontwerpstijl van het merk mee en hebben dezelfde functies als de andere bussen, zoals een 10-inch touchscreen met Apple Carplay en Android Auto. Over de motoren vertelt het merk nog niets. De woordvoerder van Opel vertelt aan TopGear Nederland dat ‘die informatie in een later stadium verstrekt wordt’.

Opel bussen (2023)

Peugeot heeft het uitgebreidste motorgamma

Over de elektrische E-Partner, E-Expert en E-Boxer van Peugeot kunnen we kort zijn: dat zijn dezelfde bussen als van Fiat en Citroën, maar dan met uitgelopen mascara in E- en 3-vorm op de twee kleinste busjes en een Peugeot-logo op de neus. De specificaties hoeven we niet nog een keer te noemen, denken we. Scroll anders even terug naar boven.

Wat wel anders is, zijn de verbrandingsmotoren. Iedere nieuwe bedrijfswagen van Peugeot krijgt een uitvoering met een benzinemotor, dieselmotor of allebei. Voor de kleinste, de Partner, geldt het laatste. Je kunt het bestelbusje krijgen met een 110 pk sterke benzinemotor of een van de twee dieselmotoren: een met 100 pk of een met 130 pk.

Een maatje groter, de Expert, heeft alleen dieselversies met 120, 145 of 180 pk. Wel voegt Peugeot hier later een waterstofversie aan toe. Tot slot nog de Peugeot Boxer met verbrandingsmotor. Die krijgt dezelfde dieselmotoren als de Expert. Laadvolume en -gewicht komt overeen met de bedrijfswagens van de eerder genoemde merken.

Peugeot bussen (2023)

Zo, nu heb je alle gefacelifte, tweede generatie busjes van Stellantis gezien. We wachten dus nog op de motorcijfertjes van Opel, maar die zullen niet afwijken van die van de overige merken. Het is alleen even de vraag welke motoren het Duitse merk uit de Stellantis-schappen mag pakken. Het laatste woord van dit stuk is voor het hoofd van de busjesafdeling van Stellantis, Luca Marengo. Volgens hem is de line-up ‘compromisloos qua actieradius, mogelijkheden, veiligheid en connectivity’.

Reacties

  • m.v. reeuwijk heeft op 14 februari 2024 geschreven:

    Eindelijk goed nieuws voor wie een aanhanger moet trekken. Op stroom wordt dat nu nog niks, waterstof is hier de oplossing voor. Ook voor de onderhoudsbedrijven enz. die in het stedelijk gebied moeten werken in de geliefde milieuzone’s. En gewoon voor wie niet elektrisch wil ‘fahren’.

    • Vincent heeft op 21 februari 2024 geschreven:

      Ik zou niet weten welk verschil de waterstof-versie hierin zou maken.
      Mensen lijken niet te begrijpen dat een waterstof-auto ook gewoon een elektrische auto is, maar waarbij de batterij is vervangen door een paar waterstoftanks, een brandstofcel om de waterstof om te zetten in elektriciteit, en dan nog een kleinere bufferbatterij om de piekvraag naar stroom om te vangen.
      Er is géén verschil in prestatie, enkel een minder efficiente (en dus duurdere) opslag van de energie. Zelfs de actieradius verschilt nauwelijks.

      Reageer
    Reageer

Geef een reactie

(verplicht)