Historisch racen in een oude formule-auto

We draaien de tijd terug en gaan een dagje naar een jaren-zestig raceschool

Oh hemel, ik blijf halverwege steken. Ik vraag me af of de schenen van Emerson Fittipaldi en James Hunt ook weleens vast hebben gezeten onder de dashboards van hun Formule Fords, zo’n 50 jaar geleden. Ik vermoed van niet. Voordat de motor van deze Crosslé 90F ook maar een toer heeft gedraaid, heb ik mezelf al compleet voor aap gezet. Het leek zo leuk, historisch racen, maar ik kan niet eens normaal instappen.

De 90F is een slechts lichtelijk gemoderniseerde versie van een auto die aan de start stond van de Formule Ford in 1969. Deze raceklasse was voor Fittipaldi en Hunt het opstapje naar de Formule 1 – en zo naar wereldwijde roem. Zij waren mannen die cool waren zonder daar enige moeite voor te hoeven doen. Mannen die zonder om te vallen in hun raceauto’s wisten te stappen. Die het nooit nodig vonden om zich vast te grijpen aan het fragiele windschermpje. Die nimmer hun schenen openhaalden als ze hun benen op de daartoe bestemde plaats parkeerden. Zij waren mannen die als ze instapten nooit onthutst werden aangestaard door de hele crew in de pit.

We bevinden ons bij de Classic Racing School op het Circuit de Charade – precies midden in het Franse land. Ik heb zo het vermoeden dat mijn dag wel iets soepeler had kunnen starten. De auto waar ik in probeer te stappen, is een in 2017 gebouwde Crosslé. Hij is vrijwel volledig identiek aan het equivalent uit 1969, de 16F, maar heeft een motor die betrouwbaarder is en meer koppel levert. Bovendien voldoet ie aan de moderne, uiterst politiek correcte limieten die worden gesteld aan circuitgeluid. Hij heeft een verstevigde ophanging en een wat ruimer interieur, zodat niet alleen afgetrainde coureurslijven erin passen. Er is dus geen excuus mogelijk voor mij, helaas. Dat ik blijf steken, is helemaal aan mezelf te wijten.

Classic Racing School

Morgan Pezzo fungeert vandaag als mijn geduldige docent. Hij startte de Classic Racing School met zijn zakelijk partner Julien Chaffard. De twee ontmoetten elkaar op de technische hogeschool in Lyon. ‘We namen met het geld van onze studiebeurs een vlucht naar Belfast om met Crosslé te praten over de mogelijkheid om deze nieuwe auto’s te bouwen’, vertelt Pezzo. ‘Om te bewijzen dat we serieus waren, gebruikten we de rest van onze studielening om een originele 16F uit 1969 te kopen.’ Dat was een productievere zet dan je geld uitgeven aan Jägerbommen, zoveel staat vast.

Het mag vreemd klinken, maar het is waar: twee twintigers die hun drinkgeld liever spendeerden aan historische racezaken. Maar hun onverzadigbare honger naar andere tijden sijpelt door ieder element dat hun studiebeurzen hielp te financieren. Niet in de laatste plaats de historische outfits die de coureurs en monteurs dragen, en de absurde gedetailleerdheid van de racelounge waarin de coureurs kunnen relaxen tussen de circuitsessies.

Als ik eenmaal knus in de auto zit – en er wellicht nooit meer uit zal komen – zet Pezzo het stuur op z’n plaats en vraagt me of ik bij de pedalen kan. Dat kan ik, maar ik heb geen flauw idee welk pedaal ik eigenlijk indruk. De rijpositie in de Crosslé is bekend: kont op het asfalt, benen gestrekt voor je uit. Minder intimiderend dan ik vooraf vreesde, maar het is onmogelijk om iets te zien onder dat lage dashboard. Dus je moet er maar blind op vertrouwen dat je voet op het juiste pedaal staat.

De verkenningsronde

‘Probeer geen heel & toe’, zegt Pezzo, kennelijk om me gerust te stellen. ‘Dat heeft de auto niet nodig en er is minder kans dat de achterwielen blokkeren als je niet op het gas gaat terwijl je remt.’ Noch hoef je dubbel te koppelen zoals in de raceauto’s van weleer. De enige instructie die ik krijg, is om zo snel door de vierbak te schakelen als ik maar durf. Dat is allicht een instructie die circuitrijdende idioten van overal op aarde kan verenigen.

Deze school biedt allerhande cursussen, van teambuilding-uitjes voor bedrijven tot individuele trainingsweekends. En voor nieuwelingen op het circuit is dit toch wel een aantal niveaus spannender dan karten in een loods. De ware enthousiastelingen kunnen eerst het circuit verkennen in een andere auto voor ze zich wagen aan de historische eenzitters. Dat is dan ook wat de meeste klanten doen. In wat voor auto je dan mag oefenen? Nou, in de Crosslé uit 1969 die Pezzo en Chaffard kochten met hun studiebeurs.

Het verbluft me hoe snel ik in hun voetstappen wil volgen. Charade is geen vergevingsgezind circuit. De minimale uitwijkruimte zou je kunnen omschrijven als een zeer klassieke interpretatie van ‘veiligheid’. Het past zodoende perfect bij de filosofie van deze school. Pezzo gaat er desalniettemin als een speer vandoor, maar dankzij het profiel op de banden van de 90F en de relatief bescheiden 112 pk’s die daar door de 2,0-liter viercilinder heen worden gestuurd, kost het me maar een paar bochten om zijn snelheid te kunnen volgen.

Historisch racen

Historisch racen met een Crosslé

Dit betekent dat er twee mogelijkheden zijn. Ofwel is de moderne Crosslé-versie van de Formule Ford een allemansvriend, een auto die alle gradaties van talent evenzeer verwelkomt. Ofwel ben ik een soort moderne James Hunt. Indirecte bewijsvoering doet vermoeden dat het niet de tweede optie is.

Het oude cliché dat je een auto door de bochten heen moet ‘denken’, is in dit geval maar al te waar. De 90F is heel licht en lenig. Voor fans van ‘grip en gaan’ is dit een superieur communicatieve en prettig gevoelige auto. Zozeer zelfs dat ik – tegen alle verwachtingen in – al snel de eerdere instructies om niet tegelijkertijd te sturen en te remmen negeer. Ik probeer de achteras juist in beweging te brengen om de hyperactieve voorkant harder naar de bochten te laten happen.

Het bescheiden vermogen en de tamme banden betekenen dat de auto niet maniakaal drift en glijdt. In plaats daarvan voel je dat ie op z’n tenen balanceert en door de bochten gaat in een vloeiende beweging. Zijn gedrag doet denken aan dat van de minder sterke Caterhams en – een wat betere vergelijking, aangezien Pezzo er een wil gaan kopen – de 120 pk sterke Lotus S1 Elise, de basisuitvoering. De Crosslé heeft dezelfde prachtige balans, maar weegt nog eens 300 kilo minder dan die auto. Z’n gewicht bedraagt niet meer dan een luttele 420 kilo.

Tot op de bodem benutten

Als auto om het circuit van Charade te leren kennen en niet groen en geel uit te stappen, is de Crosslé niets minder dan perfect. Ik ben persoonlijk nog nooit in een auto gestapt die me binnen zo’n korte tijd zo hartelijk uitnodigde om z’n potentieel maximaal te benutten. Noch heb ik mijn zelfvertrouwen in een auto ooit zo snel voelen toenemen. Pezzo vertelt over de top van de auto – een lekkere 200 km/u – en waar op de baan je die top kunt halen. In zijn slipstream tik ik die snelheid binnen een paar rondjes aan. Het verbaast me en het voelt een beetje aan alsof we de geschiedenis bedotten. Al dat koppel terwijl je maar 1.500 tpm draait, veel grip en nauwelijks angst om levend te verbranden of mijn klemzittende benen op twaalf plaatsen te breken.

Zelfs de muren die zo dicht naast de baan van Charade staan, boezemen me nauwelijks angst in. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze er niet zijn, zodat je toch wel op je qui-vive moet blijven. Uiteraard zou je in een vuurspugende supercar of een moderne raceauto sneller zijn, en zou het nog opwindender zijn om daarin te stappen op een circuit als dit. Maar je zou nog niet de helft van het kunnen van zo’n auto weten aan te spreken. Het leuke aan de Crosslé is dat je ’m tot op de bodem kunt benutten. Historisch racen is een belevenis, en dit is het soort school waaraan je nooit wilt afstuderen. Het kostte me verrekt veel moeite om in deze auto te klimmen, en het was gênant. Maar nu ik er eenmaal in zit, maak ik me helemaal geen zorgen of ik er ooit nog uit zal kunnen klauteren. Liever niet, eigenlijk.

Historisch racen

Zelf doen? Ga ervoor!

Vluchten
Het Circuit de Charade ligt nabij het vliegveld van Clermont-Ferrand, maar daar gaan nauwelijks buitenlandse vluchten heen. Waarschijnlijk is het handiger om naar Lyon te vliegen, dat op twee uur rijden van Charade ligt. (Of ga gewoon rijden)

Transport
Moet je een auto huren, kies dan de goedkoopste. Dat is goed voor je portemonnee en je wilt niet dat je huurauto sneller is dan de Crosslé. De dag zelf: de individuele cursus kost 990 euro voor een halve dag of 1.790 euro voor een hele dag

Accommodatie
Hotels zijn er in de buurt genoeg, en nog betaalbaar ook. Wil je je echt even helemaal onderdompelen in een wereld die past bij historisch racen? Ga dan voor het château met sterrenrestaurant, à 500 euro per nacht. Dit ligt op een kwartiertje rijden van het circuit

Reacties

Geef een antwoord

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws

TopGear Nederland

Automerken