Toyota Aygo vs Dacia Sandero vs Suzuki Ignis

Bestaat er anno 2019 nog altijd zoiets als een leuke auto voor weinig geld? TG wurmt zich achter het stuur en gaat op onderzoek uit

Maak een ezelsoor bovenaan deze pagina en blader hiernaar terug wanneer de wereldeconomie zich volgende keer in een diep gat zwart stort. Dit zijn gloednieuwe auto’s die je voor weinig kunt kopen of privéleasen, ze hebben een motor aan boord en bieden plaats aan vier of meer mensen. De Toyota Aygo, Dacia Sandero en Suzuki Ignis zijn niet de enige auto’s in dit hoekje van de markt – verre van, zelfs – maar ze representeren wel de interessantste uitersten van het segment.

We stellen ze even aan je voor

De Aygo is een traditioneel stadsautootje, -simpel uitgevoerd met gelakt staal als deurbekleding, maar met als doel een jong, stads, en eigenwijs publiek aan te spreken. De Dacia Sandero is de hedendaagse VW Kever, hij bestaat om je te laten rijden voor zo weinig mogelijk geld (al is ie in Nederland vrij prijzig). Er komt geen enkel snobisme aan te pas. Suzuki heeft een sterk gamma van goedkope kleine auto’s; we moesten kiezen uit de bijna idioot goedkope Celerio en de onderschatte Swift, en dus zijn we gegaan voor de vreemde semi-crossover daartussen – deze lollige Ignis.

Toyota Aygo vs Dacia Sandero vs Suzuki Ignis links achter

Maar voor we met deze auto’s al te hard van stapel lopen, eerst even een belangrijke kanttekening. Die kanttekening is dat geen van de auto’s op de foto’s bij deze test de absolute bodemmodellen zijn die we eigenlijk echt hadden willen testen. Neem de Dacia. Dit is niet de simpelste Sandero: dit is de opgekrikte, van diverse opties voorziene Sandero Stepway Techroad. Dat zijn te veel badges zonder enige betekenis, en ze maken ’m te duur.

We duiken met de Stepway niet het terrein in

We zijn geïnteresseerd in het basisproduct, met plastic bumpers en een miezerige 75 pk, en de beste plastic wieldoppen van heel Roemenië. Want ook kaal en teruggebracht tot de essentie is de Sandero een goede supermini. Het is de ruimste auto die we vandaag bij ons hebben. Grote deuren. Het beste infotainment-touchscreen van alle drie (dat, even voor de goede orde, niet op de basisversie zit). De andere twee zijn echte stadsauto’s, maar de Franse Roemeen is van Fiesta-formaat en voelt wat substantiëler, wat volwassener aan. Geen hol staal-op-staalgeluid als je de deuren dichtslaat. Letten we even op, Toyota?

‘Wat slim is aan de Sandero, is hoe hij in z’n extra’s zit: hij heeft niet de geur van een neppe Armani-tas’

De knoppen zijn wat fors, maar verfrissend makkelijk te gebruiken, waar veel andere auto’s tegenwoordig verdrinken in een wirwar aan instrumenten. Het leer waarmee het stuur is omhuld, is chic. Hij heeft comfortabele stoelen. En met een 90 pk sterke driecilinder turbo aan boord biedt hij (relatief bezien) de vlotste acceleratie van dit stel, al moet de transmissie precies worden geschakeld en maakt ie een eigenaardig, zeurderig geluid, alsof je ’m constant in z’n -achteruit rijdt.

Dacia Sandero interieur dashboard
Een ruime, goed gemaakte, zij het ­primitieve supermini voor hilarisch weinig geld

Hoewel hij 40 millimeter hoger staat dan de standaard Sandero, rijdt deze Stepway-versie beschaafder dan de ook al verhoogde Suzuki. Hij is niet echt een directe concurrent voor de Rolls-Royce Cullinan, maar je hoort de hobbels in de weg in elk geval niet, al voel je ze wel. Dit is van dit trio de auto waarmee je het liefst op de snelweg rijdt. Het is een solide allrounder, maar dat geldt evenzeer voor eenvoudiger versies van de Sandero. Die passen ook beter bij de geest van het merk Dacia: niet moeilijk doen, vooral geen dikdoenerij.

Erg snel is hij overigens niet. Je zou kunnen denken dat hij als enige turbo hier een wat groter gat zou slaan, maar de Sandero weet dat voordeel in de praktijk niet uit te buiten. Hij is maar een paar onbetekenende tienden van een seconde sneller op de sprint naar 100 km/u dan de Ignis, en dat komt vooral doordat hij zwaarder is.

Door naar het Japanse S’je

Suzuki maakt ook de nog goedkopere stadsauto Celerio, maar daar zit werkelijk kraak noch smaak aan. Als je echt op zoek bent naar de allergoedkoopste manier om van a naar b te komen, dan moet je die hebben. Maar de Ignis is meer dan dat; hij heeft karakter. Hij is eigenlijk wel een soort TopGear-held, ergens. Dat vastberaden hamstergezichtje, die drie grappige strepen op de achterstijl, die vrolijke vierkante vorm – dit is de leukste van de drie auto’s, zoals de Fiat 500 in al z’n eigenzinnigheid een blijere indruk maakt dan, zeg, de aantoonbaar betere VW Polo.

Suzuki Ignis interieur dashboard
Het beste design (voor je ogen). Niet heel makkelijk in het stadsgebruik en rijdt nogal ruw

Dit is, vanzelfsprekend, de SZ5 SHVS 4WD. In goed Nederlands betekent dat ‘de topversie met hybride boost en vierwielaandrijving’. Hoe ze het allemaal in een Ignis hebben weten te stouwen zonder dat hij meer dan 920 kilo is gaan wegen, lijkt hogere wiskunde – tot het moment waarop je ontdekt dat de elektrische capaciteit niet veel meer is dan die van een paar AA-batterijen die bijgeladen worden als je gas loslaat en meteen weer leeg zijn als de auto iets doet tussen stationair draaien en maximaal accelereren.

Suzuki Ignis detail badge

Dat laatste is niet echt de sterkste kant van de Ignis, hoog als hij is, met banden die van een BMW-motorfiets lijken te komen, langzame besturing en een sponzige pedaalrespons en een rammelig, springerig weggedrag. Je krijgt niet echt een trap in je rug van de hybride booster, hoewel het display aangeeft dat de batterijen de 1,2-liter, atmosferische viercilinder wel degelijk te hulp schieten.

Hij wordt vooral op de voorwielen aangedreven, maar kan, via een viscokoppeling, ook wat koppel naar de achterwielen sturen. Het hybride element weegt ongeveer 5 kilo en helpt de CO2-uitstoot te beperken tot 127 g/km – exact hetzelfde als de Sandero met turbo, trouwens.

En dan de tweede Japanse strijder

De Aygo op deze pagina’s is de X-trend, een versie middenin het spectrum, met knappe 15-inch velgen, Android- en Apple-smartphoneweergave (en dat ga je nodig hebben, want Toyota’s eigen interface is volkomen hopeloos), handige technologie als automatische verlichting en ruitenwissers, en nutteloze technologie als een achteruitrijcamera. Op een Aygo? Kom op zeg.

Toyota Aygo interieur dashboard
Niet onze favoriet. Rijdt oké, maar voelt onderbedeeld aan. Ga gewoon voor een Skoda Citigo

Het is de enige auto van de drie waarbij je achterin niemand kunt laten zitten die ouder is dan elf zonder dat ze je ontvrienden. Hij is aanzienlijk kleiner dan de andere twee. Je parkeert ’m niet zozeer, je zet ’m neer. Ook voor in de Aygo is z’n formaat te merken. Wie achter het stuur zit, mag niet langer zijn dan 1,75 meter en dan nog prikt de cruisecontrol-satelliet bij elke bocht naar rechts in je knie.

Toyota Aygo detail badge

Een Aygo in basisuitvoering heeft stalen velgen en dwingt de bestuurder zelf naar achteren te kijken, maar hij heeft wel een aux-aansluiting in de stereo en dezelfde motor: een 1,0-liter, turboloze driecilinder die het onstuimige aantal van 72 pk’s voortbrengt. Maar, eerlijk is eerlijk, meer heb je ook niet nodig. Die versie weegt minder dan 900 kilo en de transmissie is zo afgesteld dat je er in de stad goed mee uit de voeten kunt. Wat dus ook wil zeggen dat hij geen snelwegvreter is.

Maar de motor is soepel en meegaand genoeg, en met de bak kun je plezier hebben als je van veel schakelen houdt. Doe je het wat rustiger aan en rijd je in de stad, dan merk je amper of je nou in z’n twee of in z’n drie rijdt. Ideaal voor jongeren die net hun rijbewijs -hebben gehaald. Of voor ouderen die het eigenlijk opnieuw zouden moeten halen.

Als de Sandero de comfortabele van de drie is, en de Ignis de veelzijdige, dan is de Aygo de sportieveling van dit trio. Je zit laag, hij gaat met ambitie door de bocht en helt daarbij ook veel minder over dan de andere twee. Het stoffen zonnedak over de hele lengte is bovendien heel plezierig. Het neemt geen hoofdruimte in, en dicht is dicht, als in: geen geruis of tocht.

Om te rijden is het eigenlijk de leukste auto van deze drie, z’n dappere driecilindertje klinkt het best, en de meeste mensen die een kijkje kwamen nemen terwijl we de foto’s voor dit artikel schoten, vonden ’m ook het mooist van de drie. Dat zal komen omdat hij een conventionele vorm heeft, met net genoeg kleurige accenten. De Ignis werd meer gezien als een speelgoedauto en over de Dacia kregen we de reactie: ‘Oh, is dat een nieuwe auto dan?’

Het vonnis

We moeten van deze drie gebakjes genieten nu het nog kan. De emissie-eisen die worden gesteld aan niet-elektrische auto’s zullen almaar strenger worden. De industrie tracht de gemiddelde CO2-uitstoot onder de 100 g/km te brengen – en dan kom je er niet met een paar kleine batterijtjes, Suzuki. Om auto’s van dit formaat en gewicht uit te rusten met plug-in hybridetechniek is te kostbaar, en zo is de ultra-goedkope en slimme micro-auto ongemerkt ineens een bedreigde soort aan het worden.

Deze autootjes zijn alle drie goed genoeg, maar hoewel de Suzuki onze eigen TG-held is en blijft, is het de Sandero die ons bijblijft, zelfs in z’n allereenvoudigste uitvoering. Hij spant de kroon in het ‘prima auto voor weinig geld’-segment. Ook al doet het Nederlandse belastingstelsel er alles aan om ’m daaruit te prijzen.

Het resultaat

01. Dacia Sandero – 12/20
02. Suzuki Ignis – 11/20
03. Toyota Aygo – 10/20

Specificaties

Specificaties Dacia Sandero

Motor
0.9 3-cil benzine
Vermogen
90 pk
Acceleratie
0-100 11,1 s
Topsnelheid
167 km/u
Verbruik
6,2 l/100 km, 127 g/km CO2
Koppel
140 Nm
Gewicht
1.023 kg
Tankinhoud
50 liter
Bagageruimte
320 liter, 1.200 liter (bank omlaag)

Specificaties Suzuki Ignis

Motor
1.2 4-cil benzine
Vermogen
90 pk
Acceleratie
0-100 11,5 s
Topsnelheid
166 km/u
Verbruik
5,8 l/100 km, 127 g/km CO2
Koppel
120 Nm
Gewicht
920 kg
Tankinhoud
32 liter
Bagageruimte
260 liter, 1.086 liter (bank omlaag)

Specificaties Toyota Aygo

Motor
1.0 3-cil benzine
Vermogen
72 pk
Acceleratie
0-100 13,8 s
Topsnelheid
159 km/u
Verbruik
5,3 l/100 km, 93 g/km CO2
Koppel
93 Nm
Gewicht
840 kg
Tankinhoud
35 liter
Bagageruimte
168 liter, 812 liter (bank omlaag)

Reacties

  1. Willem zegt op 13 november 2019 om 16:52:

    Ik heb verschillende auto merken gehad waaronder de laatste Suzuki swift, nu dus de Ignis. Wat een fantastisch fijn en zeer zuinig autootje, heb er wat bredere banden onder gelegd en hij rijdt nu een stuk rustiger. De een vindt het een lelijk autootje de ander een heel leuk maar ieder heeft toch een eigen keus wat merk of model betreft. Ik ben zeer happy met mijn Ignis en alles zit erop en eraan zelfs de navigatie werk uitstekend Mits je er Android auto op installeer.🚘🚖

  2. Bert Gerritsen zegt op 12 november 2019 om 10:01:

    Uit deze 3 auto’s heb ik toevallig gekozen. Het is de Ignis geworden. Wat een geweldig autootje.
    Gemiddeld verbruik ruim boven de 1 op 21!
    Door de verschuifbare achterbank kunnen makkelijk volleyballers van 2 meter vervoerd worden. Een wondertje op wielen.
    Kortom, een zeer tevreden gebruiker.
    Inmiddels 13000 km gereden.
    Voor ons een prima keus!

Geef een reactie

(verplicht)

Het nieuwste van TopGear

Autonieuws